Zuinig met Zout

Start met KetoX

Minder zout in het eten leidt tot aanzienlijke gezondheidswinst, niet alleen bij mensen met hypertensie maar ook bij mensen met een normale bloeddruk. Het gemiddelde gebruik ligt nu op circa 9 gram per dag. Dat is bijna 50% boven de gewenste maximale 6 gram, het advies van de Gezondheidsraad. Nog minder zou beter zijn, maar dat is praktisch niet haalbaar. Voedingsmiddelenbedrijven moeten worden gestimuleerd om het zout in hun producten te verminderen. Om dat in Nederland van de grond te krijgen is er de Taskforce ‘Zout in Levensmiddelen’. ‘We moeten voorkomen dat ‘minder zout’ door de consument wordt geassocieerd met ‘minder lekker’.’


In 2010 moeten mensen minder zout eten en moet de voedingsindustrie minder zout toevoegen aan levensmiddelen,’ zei minister Ab Klink (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) vorig jaar tijdens het symposium ‘Opzouten!’, georganiseerd door de Consumentenbond. ‘Ik wil ernaar streven dat we aan het eind van deze regeerperiode duidelijk een vermindering kunnen zien op het productieniveau en het consumptieniveau.’ De Consumentenbond onderzocht in 2007 het zoutgehalte van 344 producten. Er waren 17 producten met meer dan 4 gram zout per portie, 4 zelfs met meer dan 6 gram. Uitschieter was de Al Capone-pizza van Al Capone, die bevatte 9 gram zout. ‘Het laboratorium omschreef deze pizza als crimineel zout’, aldus Marcel van Beusekom van de Consumentenbond.

Nieuwe studies zorgen voor nieuwe inzichten

In 2000 heeft de Gezondheidsraad het advies ‘Keukenzout en bloeddruk’ uitgebracht. Toen was de visie dat minder zout in de Nederlandse voeding zou zorgen voor verlaging van de gemiddelde systolische – en mogelijk ook de diastolische – bloeddruk. Het zou ook leiden tot een daling van de prevalentie van hoge bloeddruk. Maximaal 9 gram keukenzout per dag was het advies. Toen werd nog gedacht dat de invloed van minder zout bij mensen die een normale bloeddruk hebben amper zoden aan de dijk zette. Bij iemand met hypertensie zou het effect op de systolische druk twee- tot driemaal groter zijn, en ook voor de diastolische druk was het gunstig. Inmiddels zijn in 2006 de herziene Richtlijnen Goede Voeding uitgekomen waarbij gebruik is gemaakt van nieuwe studies die veel meer effect laten zien. Daarin wordt gemeld dat de beschikbare onderzoeksresultaten – waaronder die van de Amerikaanse DASH-studies (Dietary Approaches to Stop Hypertension: gerandomiseerd, gecontroleerd interventie-
onderzoek) duidelijk maken dat er sprake is van een progressieve dosis/responsrelatie tussen de inname van natrium en het bloeddrukniveau. Er kan geen duidelijke drempelwaarde worden aangegeven. Daarom zou de hoeveelheid natrium zoveel mogelijk moeten worden beperkt. Een vermindering van het keukenzoutgebruik leidt tot een grotere gezondheidswinst, niet alleen bij mensen met een verhoogde bloeddruk maar ook bij mensen met een normale druk. De commissie van de Gezondheidsraad meent in haar rapport Richtlijnen Goede Voeding dat een beperking van het keukenzoutgebruik tot 6 gram per dag een aanvaardbaar doel is. Nog minder keukenzout zou beter zijn, maar dat is praktisch niet haalbaar. Het is lastig om de werkelijke zoutconsumptie te meten. De voedselconsumptiegegevens die worden verzameld in de voedselconsumptiepeilingen zijn niet bruikbaar om een reëel beeld te krijgen van de hoeveelheid zout die mensen eten. Het meten van de hoeveelheid zout die in de keuken en aan tafel wordt toegevoegd, is doorgaans onbetrouwbaar. Bovendien is het zoutgehalte van industrieel geproduceerde voedingsmiddelen niet constant. De hoeveelheid natrium kan alleen accuraat worden gemeten via bepalingen in de urine. Het ministerie van VWS heeft in het RIVM in 2006 opdracht gegeven om de natriuminname te meten. Dat hebben de onderzoekers gedaan bij mensen die meedoen aan de Doetinchem Studie (n=333, 19-70 jaar). Bij mannen en jongvolwassenen is de zoutconsumptie gemiddeld hoger dan bij vrouwen en deelnemers van 50-70 jaar. De geschatte zoutinname van mannen is gemiddeld 10,1 gram (19-49 jaar) en 9,7 gram (50-70 jaar). De RIVM-onderzoekers vinden bij vrouwen respectievelijk 8,6 en 7,5 gram zout per dag. Het zoutgebruik is gemiddeld 8,8 gram per dag, dat is bijna 50% boven de aanbeveling van maximaal 6 gram per dag. De onderzoeksgroep is niet geheel representatief voor de Nederlandse bevolking, maar de onderzoekers vinden dat ze wel gebruikt kunnen worden als indicatie. Het idee dat de hoeveelheid zout gestegen zou zijn door het grotere gebruik van kant-en-klaar-producten, kan het RIVM niet bevestigen met deze studie. De hoeveelheid van 8,8 gram zout is ook lager dan de schatting van 10-12 gram per dag die de Consumentenbond vorig jaar maakte als voorbereiding op het symposium ‘Opzouten!’. Het Voedingscentrum berekende voor haar ‘Richtlijnen Goede Voedselkeuze’ (2007) met hulp van de NEVO-tabel 2006 de referentievoedingen. De getallen vermelden alleen de natuurlijke hoeveelheid natrium in de producten, en (indien van toepassing) het natrium dat door de industrie is toegevoegd. De hoeveelheid zout in de referentievoedingen voor volwassen mannen ligt met 6,3 – 6,5 gram al boven de gewenste maximale 6 gram per dag. Voor volwassen vrouwen is de hoeveelheid zout 5,3 – 4,8 gram. Er is dus niet veel ruimte om in de keuken of aan tafel extra zout toe te voegen. Het Voedingscent