Groeit mijn kindje goed?

Veel moeders zijn onzeker of hun kleine kind wel goed genoeg groeit, zeker wanneer de periode is aangebroken dat de borstvoeding (of flesvoeding) wordt afgebouwd en het nieuwsgierige kind de kauwbewegingen van de papa’s en mama’s nadoet. Enthousiast kijken ouders toe hoe zij steeds weer nieuw eten kunnen aanbieden aan hun kind. Een gezicht van een baby die banaan eet is goed voor te stellen en als ouder ben je ongetwijfeld nieuwsgierig hoe een kind reageert op een likje ijs. Toch eten kinderen lang niet al het eten met grote enthousiaste ogen.

Dus wanneer heeft je kind genoeg eten binnen gekregen om goed te groeien? En wat is nou verstandig om aan je kind te geven? In welke volgorde introduceer je nieuw voedsel aan je kind? Met dit artikel hoop ik ouders wat meer zekerheid te geven over het voeden van hun kindje door antwoord te geven op deze vragen.

Doe mee aan het onderzoek

Op dit moment wordt er een interessant onderzoek gedaan naar hoe moeders met kinderen van 6 maanden tot 2 jaar hun kinderen voeden. Met dit onderzoek, samen met gegevens over vaders, zal uiteindelijk meer duidelijk moeten worden hoe ouders beter geholpen kunnen worden met het voeden van hun kinderen. Wil je deelnemen aan het onderzoek, ga dan naar de website van Let’s love food.

baby

Wacht nog even met zoete smaken

Kinderen, eigenlijk wij allemaal, hebben de aangeboren geneigdheid om zoete, vette en zoute producten lekkerder te vinden dan minder zoete, bittere en zure voedingsmiddelen. Het is niet voor niets dat banaan, dat lekker zoet is, vaker aan een kind wordt voorgeschoteld dan zuurkool, witlof en spruitjes. Misschien ontmoedigd het idee dat je vanavond je kind weer groenten moet voorschotelen je al. Laat je echter niet door het idee ontmoedigen. Overtuigend veel onderzoek heeft namelijk aangetoond dat het belangrijk is dat je kind deze voedingsmiddelen leert eten om later een minder moeilijke en kieskeurige eter te zijn. Bovendien is het risico dat deze kieskeurige kleine eters later overgewicht krijgen een stuk groter. Het is verstandig om je kind niet meteen de meest lekkere zoete, zoute en vette snacks te geven, want als je kind die eenmaal gewend is dan weet hij of zij heel goed dat je in plaats van groenten sensationeel zoet zou kunnen eten.

Het lijkt misschien een onmogelijke klus om je kind aan de groenten te krijgen (en zo niet dan zou ik zeggen ‘wat heerlijk, maak er gebruik van en laat je kind zo veel mogelijk nieuwe groenten ontdekken’), maar dat is het niet. Het kost alleen een beetje moeite en doorzettingsvermogen. Wanneer een kind namelijk ongeveer 9 keer hetzelfde voedingsmiddel proeft zal hij of zij het toch lekker gaan vinden. Denk misschien aan hoe je wijn of kaas bent gaan lusten, de meeste mensen lustten dat niet in één keer. De introductie van nieuwe voedingsmiddelen gebeurt bij voorkeur één voor één. Zet elke week een nieuwe groente op het menu en blijf dit dan minimaal 9 weken lang, één of twee keer in de week herhalen.

Wanneer krijgt mijn kind voldoende voeding binnen?

Oké, dus stel je gaat in ieder geval je kind lekker veel groenten laten eten. want dan wordt je kind immers een minder kieskeurige eter en is de kans dat hij of zij later een gezond eetpatroon en gezond gewicht heeft groter – toch kun je je als ouder nog druk maken over het feit of je kind wel genoeg binnen krijgt om te groeien. Het is misschien te simpel om te geloven, maar je kind is prima in staat dat zelf te reguleren. Als je kind stopt met eten, terwijl hij of zij maar een paar happen op heeft, heb er dan vertrouwen in dat het kind later vanzelf wel weer meer eet. Ga zeker niet proberen het kind toch nog wat extra eten te geven waarvan je weet dat je kind dat heel lekker vindt, want dan went je kind eraan en zal hij of zij ‘expres’ minder eten tijdens de gezonde maaltijden.

2hf

Als ouder krijg je zelden een briefje mee van het consultatiebureau met de precieze hoeveelheden die je kind per dag moet eten. Dat kan frustrerend zijn. Maar weet dat dit komt omdat jonge kinderen te grote individuele verschillen hebben in hun metabolisme en groeisnelheid. Vergelijk je kind dus ook niet met andere kinderen. Of het kind voldoende binnenkrijgt is niet alleen te zien aan de groei, maar ook aan een goed humeur, hoe actief het kind is en de ontwikkeling van het bewegingsapparaat. Streven naar een maximale gewichtstoename leidt tot overgewicht en niet per se tot een gezonde groei.

Wat kan ik mijn kind te eten geven?

Na 6 maanden dekt de volledige flesvoeding niet meer de behoefte van bepaalde mineralen voor het kind. Daarom is er opvolgmelk nodig met calcium, ijzer en vitamine D. Vrouwen die borstvoeding geven kunnen gewoon borstvoeding blijven geven, omdat de samenstelling van de borstvoeding gewoon mee veranderd als het kind ouders wordt. Na één jaar kan de melkbehoefte met gewone (halfvolle) melk of yoghurt gedekt worden.

Ook beginnen kinderen tussen 4 en 6 maanden met het eten van ‘bijvoeding’, dit is ook wel nodig om de behoefte van het kind te dekken. Eerst wat meer in de vorm van papjes (fruitpapjes en groenteprakjes) en geleidelijk aan, laten we zeggen vanaf 8-9 maanden, steeds meer voeding waar de kinderen op moeten kauwen. Glutenhoudende producten en vezels, die bijvoorbeeld allebei in tarwebrood voorkomen, worden geleidelijk opgebouwd. Eigenlijk kun je je kind alles geven (dus doe dat ook vooral) als je er maar op let dat het pure producten zijn. Geef niet teveel uit babypotjes, omdat alle smaken door elkaar gemengd zijn en geef zeker niet teveel zoete en vette snacks; die zijn voor volwassenen al niet goed, laat staan voor onze kleintjes! Waar je ook nog even mee moet wachten zijn honing en voedingsstoffen waar je kind een allergische reactie op vertoond. Tot slot is het verstandig om niet meer dan twee keer in de week nitraatrijke groenten te geven, zoals spinazie, andijvie, bietjes en spitskool. Voor de rest zou ik zeggen laat je kind alle smaken leren kennen!

Nog een paar goede tips

  • Geef je kind elke dag een vitamine D supplement, zeker op dagen dat de het kind weinig zonlicht heeft gekregen is dit nodig.
  • Voorkom het toevoegen van suiker, zoetstof of zout aan bijvoeding om gewenning aan een zoete smaak te voorkomen.

En nog een paar leuke feitjes

  • 15% van de energie dat kinderen tot twee jaar tot zich nemen is bedoeld voor de groei.
    40 procent van de energie dat uit voeding wordt gehaald mag bij een kind uit vet bestaan (bij volwassenen zonder overgewicht is dit maximaal 30%). Weinig vet geven aan een kind is niet verstandig omdat de behoefte van essentiële vetzuren hierdoor in het geding komt, het is wel verstandig om erop te letten dat het soort vetten vooral onverzadigde vetzuren bevat zoals in vis en olie.
  • De zuigfles kan vanaf 8 maanden vervangen worden door verschillende vormen van bekers en het drinken uit een rietje, hiermee ontwikkelen zich de mondmotorische vaardigheden.
  • Met het gezin mee-eten kan een positieve bijdrage leveren aan het aanleren van een gezond eetgedrag.

Op dit moment wordt er een interessant onderzoek gedaan naar hoe moeders met kinderen van 6 maanden tot 2 jaar hun kinderen voeden. Met dit onderzoek, samen met gegevens over vaders, zal uiteindelijk meer duidelijk moeten worden hoe ouders beter geholpen kunnen worden met het voeden van hun kinderen. Wil je deelnemen aan het onderzoek, ga dan naar de website van Let’s love food.

Groeten,

eline

Reageer op dit artikel

REAGEER ZONDER FACEBOOK

Vul een reactie in ajb
Vul hier je naam in

1 reactie

Klik hier voor meer ervaringen

Eline Blom

Mijn naam is Eline en ik heb voeding en diëtetiek gestudeerd en ben altijd een gedreven student geweest. Ik wil alles weten, alles weten van een ander en vooral al mijn kennis delen! Vooral de psychologie van het eetgedrag vind ik erg boeiend, want we kunnen nog zoveel weten over eten… dat wil nog niet betekenen dat we de juiste keuzes maken. Ook ik heb daarin mijn weg moeten zoeken. Het zou een schande zijn als ik het niet ook leuk zou vinden om in de keuken te staan, nieuwe producten te leren kennen en te weten wat die producten met mijn gezondheid doen. Tot slot houd ik héél erg van het opzoeken van mijn sportieve grenzen, iets waardoor ik lekker in mijn vel ga zitten.