Spraakproblemen


Spraak-taalproblemen kunnen zich op veel manieren voordoen. Het kind kan bijvoorbeeld heel laat gaan praten of zich erg onbeholpen uitdrukken. Problemen met de taal of spraak moeten altijd in het kader van de leeftijd van het kind worden gezien. Sommige kinderen van drie maken bijvoorbeeld al hele volzinnen, terwijl anderen niet veel verder komen dan zinnen als ‘Ik naar bed gaat’. Het is echter volkomen normaal dat een kind van die leeftijd zinnen van zo’n drie woorden maakt. Sommige kinderen kunnen op driejarige leeftijd echter niet meer zeggen dan ‘papa’ en ‘mama’. Deze vertraagde ontwikkeling wijst op een achterstand die verder onderzocht moet worden.

Problemen kunnen zich voordoen in de spraak, de taal of beiden. Het kind kan bijvoorbeeld moeite hebben om woorden te vormen en uit te spreken, de spraak dus. Ook begrijpen kinderen soms niet wat er tegen hen wordt gezegd en kunnen hun gedachten en gevoelens niet onder woorden brengen. Deze kinderen hebben moeilijkheden met de taal.

Taalproblemen kunnen bestaan uit problemen met het begrijpen wat er gezegd wordt en moeilijkheden om zelf iets onder woorden te brengen. Ook een combinatie van beide komt voor. Iedereen maakt wel eens mee dat hij/zij ‘sprakeloos’ is. Kinderen met taalproblemen ondervinden dit elke dag.

Oorzaken van spraakproblemen:

Een goed gehoor is een eerste vereiste voor een goede, spontane ontwikkeling van spraak- en taalvaardigheden. Het gehoor zal dan ook als eerste worden onderzocht als blijkt dat het kind niet goed gaat praten. Een vertraagde ontwikkeling van de spraak en taal kan verder een kwestie van aanleg zijn. Zoals het ene kind weinig muzikaal is of beslist geen wiskundeknobbel heeft, is het andere kind minder gevoelig voor taal. De omgeving speelt hierin een belangrijke rol. Als er weinig tegen het kind gepraat wordt of als er weinig aandacht is voor het kind, zal de ontwikkeling van de spraak achterblijven. Vooral kinderen met wat minder aanleg voor spraak en taal ondervinden hier nadeel van.

2hf

Spraak-taalmoeilijkheden kunnen verder veroorzaakt worden door een hersenbeschadiging. Hersenletsel kan bijvoorbeeld ontstaan door zuurstof tijdens de geboorte, maar kan ook een gevolg zijn van een infectie die tijdens de zwangerschap wordt doorgemaakt. Bovendien kunnen de hersenen ook na de geboorte (bijvoorbeeld door een infectie) worden beschadigd. Door de hersenbeschadiging is het gedrag van het kind vaak ook opvallend: hij is bijvoorbeeld erg onrustig en beweeglijk: het kan geen moment stilzitten of zich goed concentreren.

Een andere oorzaak van stoornissen in een goede ontwikkeling van de spraak is ten slotte de aanwezigheid van lip-, kaak- en/of gehemeltespleten.

Behandeling van spraakproblemen:

Indien ouders merken dat hun kind niet goed of heel laat gaat praten, is de huisarts de meest aangewezen persoon om te raadplegen. Als een ernstige achterstand dreigt te ontstaan, dan zal de huisarts de ouders en het kind doorsturen naar een KNO-arts voor nader gehooronderzoek.

Deze zal zonodig verder verwijzen naar een centrum voor stem- en spraak-taalstoornissen. Soms is het beter voor het kind om naar een school die gespecialiseerd is in kinderen met spraak- en taalmoeilijkheden te gaan.

Het is voor ouders niet gemakkelijk om zich goed te realiseren dat hun kind niet goed spreekt. Ook kunnen zij vragen hebben over de behandeling of schoolkeuze en om praktische adviezen verlegen zitten. De Nederlandse federatie voor ouders met slechthorende kinderen en kinderen met spraak-taalmoeilijkheden, het FOSS, kan ouders helpen. Zij organiseren bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten en geven folders over spraak-taalmoeilijkheden uit. Bovendien helpen zij ouders om zich te oriënteren op de verschillende scholen en behandelingsmogelijkheden.