Obesitas (verwante en min of meer synonieme termen zijn overgewicht, zwaarlijvigheid, vetzucht, corpulentie, dikheid, en adipositas) is een conditie van het lichaam waarbij de natuurlijke energiereserve van een zoogdier (zoals een mens), die in vet wordt opgeslagen, gebruikelijke niveaus ver overschrijdt tot aan het punt waarbij de gezondheid in het geding komt. Zwaarlijvigheid is bij wilde dieren vrij zeldzaam, maar niet ongewoon bij mensen en bij huisdieren, die vaak overvoed zijn en te weinig bewegen.
Obesitas in Nederland onder volwassenen (20+) van 1981 tot 2006

Zwaarlijvigheid is een concept dat voortdurend opnieuw wordt gedefinieerd. Bij mensen is de meestgebruikte maat voor zwaarlijvigheid de body mass index (BMI): het lichaamsgewicht in kilogram, gedeeld door de lichaamslengte in meters in het kwadraat. Bij de BMI wordt er voor het lichaamsgewicht geen onderscheid gemaakt tussen spier- en vetweefsel (zie verderop).

Een persoon met een BMI van meer dan 25.0 kg/m2 wordt beschouwd als te zwaar (overgewicht); een BMI van meer dan 30,0 kg/m2 wordt beschouwd als zwaarlijvig (obesitas). Een verdere drempel van 40,0 kg/m2 wordt geïdentificeerd als een dringend morbiditeitsrisico (ernstig overgewicht). Het Amerikaanse Instituut voor Kankeronderzoek beschouwt een BMI tussen 18,5 en 25 als ideaal voor een gezond individu (hoewel verscheidene bronnen een persoon met een BMI van minder dan 20 als te licht beschouwen). De BMI werd geïntroduceerd in de 19e eeuw door de Belgische statisticus Adolphe Quételet, en wordt daarom in Nederland en België ook vaak Queteletindex (QI) genoemd. De scheidingspunten tussen de categorieën worden nu en dan opnieuw gedefinieerd, en kunnen van land tot land verschillen.

Meer weten over Obesitas? Bestel dit boek bij bol·com

Behandelmethoden van obesitas / druk 1
Behandelmethoden van obesitas / druk 1

Op werkdagen voor 21:30 besteld, morgen in huis!

De BMI is geen volledige diagnose, in zoverre dat deze niet de vetdistributie binnen het lichaam in overweging neemt, en de relatieve vet- spier- en botbijdragen aan het totale lichaamsgewicht negeert. Een krachtige atleet kan door zijn BMI als te zwaar worden gerangschikt (toe te schrijven aan een zwaar spierstelsel), terwijl ten onrechte een “normale” BMI kan worden gediagnosticeerd in het geval van een bejaarde persoon met zeer lage vetvrije massa. Een BMI-score alleen is ontoereikend als diagnose, omdat de BMI niet in staat is om vet van vetvrije massa te onderscheiden en ook geen rekening houdt met gevaarlijk buikvet. Een meetlint om de buikomtrek te meten geeft in dergelijke gevallen een betere indicatie.

In de meeste gevallen van overgewicht die voor de gezondheid schadelijk zijn, kunnen zowel de arts als de patiënt al “op het oog” zien dat een persoon lijdt aan zwaarlijvigheid. In deze gevallen verstrekken de BMI-drempels eenvoudige criteria die alle patiënten kunnen begrijpen. Artsen kunnen ook eenvoudige metingen gebruiken als de tailleomtrek of de huidplooimeting, waarbij op zekere plaatsen van de huid precies wordt gemeten wat de dikte van de onderhuidse vetlaag is.

Dergelijke klinische gegevens zijn niet handig bij grote onderzoeken naar de volksgezondheid, omdat daarbij in het algemeen alleen de lengte en het gewicht worden geregistreerd. Om deze essentiële reden blijft BMI de algemeen meest gebruikte benadering voor onderzoeken naar de volksgezondheid, en het nuttigst voor grensoverschrijdende, longitudinale en andere soorten vergelijkende analyse. Uit recent onderzoek is gebleken dat een gering overgewicht al leidt tot een vergrote sterftekans.

Oorzaken

Zwaarlijvigheid is over het algemeen een resultaat van een combinatie van factoren:

* Genetische neiging
* Energie-rijk dieet
* Beperkte lichaamsbeweging en zittende levensstijl
* Onderliggende ziekte
* Een eetziekte zoals eetbuienstoornis
* Stress (betwist)
* Te weinig slaap (betwist)

Hoewel er geen eenduidige verklaring voor de recente epidemie van zwaarlijvigheid is, komt de evolutionaire hypothese het dichtst bij een verklaring van dit fenomeen. In tijden toen het voedsel schaars was, was de capaciteit om uit zeldzame periodes van overvloed voordeel te halen door energie op te slaan ongetwijfeld een evolutionair voordeel. Dit is precies het tegengestelde van wat in de sedentaire maatschappij wordt vereist, waar high-energy voedsel in overvloedige hoeveelheden beschikbaar is. Dit wordt gecombineerd met verminderde beweging. Hoewel vele mensen misschien een genetische tendens tot zwaarlijvigheid hebben, is het pas met de vermindering van fysieke activiteit en een beweging naar hoog-caloriediëten van de moderne maatschappij dat obesitas wijdverspreid is geworden. Belangrijke fracties (tot 30%) van de bevolking in rijke landen zijn nu zwaarlijvig.

Controversieel is echter de gedocumenteerde tendens uit de VS dat zowel de energie- als de (verzadigd)vetinname in de periode 1971-2000 significant zijn gedaald, terwijl de consumptie van koolhydraatbronnen is gestegen. Uit geschiedkundig oogpunt blijkt ook dat een aantal parameters van onze voeding ten opzichte van de Neolithische tijd drastisch is veranderd. Een van deze parameters is de glykemische index, maar ook de algehele samenstelling van de macronutriënten is veranderd: wij eten tegenwoordig meer koolhydraten en minder vetten en proteinen. (Bron: NHANES studie 1971-2000 CDC (V.S.))

Eetziekten kunnen tot zwaarlijvigheid leiden. Het natuurlijke mechanisme waarbij men automatisch stopt met eten als men genoeg heeft is hierbij verstoord. Dit natuurlijke mechanisme bestaat uit de vetcellen die een stof produceren die de eetlust tegenwerkt, leptine genaamd. Hoe meer vetcellen hoe meer leptine wordt aangemaakt. Bij sommige mensen met overgewicht is het stuk chromosoom dat voor dit hormoon codeert defect. Deze mensen kunnen geïnjecteerd worden met leptine. Hierboven is een plaatje te zien van twee muizen waarvan één met leptine-deficiëntie. Helaas is dit bij weinig mensen met overgewicht het geval en is er een andere oorzaak van het probleem.

Recent onderzoek heeft naar voren gebracht dat menselijke zwaarlijvigheid soms misschien door een virale besmetting kan worden veroorzaakt.

Sociale oorzaken

Terwijl het vaak vrij duidelijk is waarom een bepaald individu vet wordt, is het veel moeilijker om te begrijpen waarom het gemiddelde gewicht in bepaalde maatschappijen recent is toegenomen. Hoewel genetische oorzaken van centraal belang zijn bij wie zwaarlijvig is, kunnen zij niet verklaren waarom één cultuur meer obese mensen kent dan een andere.

Dit is het meest opvallend in de Verenigde Staten. In de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog tot 1960 steeg het gewicht van de gemiddelde persoon, maar slechts weinigen waren zwaarlijvig. In 1960 was vrijwel de volledige bevolking goed gevoed, maar werd men in het algemeen niet te zwaar. In de 25 jaar sinds 1980 heeft de groei in het aantal zwaarlijvigen epedemische vormen aangenomen en vormt obesitas een risico voor de volksgezondheid.

Er zijn een aantal theorieën over de oorzaak van deze verandering sinds 1980. De meesten geloven dat het een combinatie van diverse factoren is.

Eén van de belangrijkste is de veel lagere relatieve kosten van levensmiddelen: de grote landbouwsubsidies in de Verenigde Staten en Europa hebben tot voedselprijzen voor consumenten geleid die lager zijn dan op welk eerder moment in geschiedenis ook. Suiker en glucosestroop, twee substantiele bronnen van voedselenergie, vallen onder de meest gesubsidieerde producten door de overheid van de Verenigde Staten.

De toegenomen marketingactiviteiten wordt ook vaak een rol toebedeeld. In de vroege jaren ‘80 hief het bewind van president Reagan de meeste verordeningen betreffende reclame gericht op kinderen op. Dientengevolge steeg het aantal reclamespots dat door het gemiddelde kind wordt gezien, en een groot deel hiervan was voor fast food en suikergoed.

De veranderingen in de prijs van minerale olie en benzine worden ook verondersteld effect gehad te hebben, aangezien het nu, in tegenstelling tot tijdens de jaren ‘70, betaalbaar is overal naar toe te rijden in de Verenigde Staten. Tezelfdertijd zijn meer gebieden gebouwd zonder parken.

Elk jaar brengt een groter deel van de werkende bevolking de volledige werkdag achter een bureau of computer door. In de keuken heeft de magnetron ervoor gezorgd dat men meer snackt en minder gezond vers voedsel eet.

Een sociale oorzaak waarvan