Swank MS Multiple Sclerose George Jelinek

Afvallen in 2021

Dit onderzoek naar het vóórkomen van MS in verschillende districten in Noorwegen in de periode 1935-1948, heeft Swank geconstateerd dat MS bijna vier maal zo weinig voorkomt langs de kust, waar veel vis wordt gegeten, dan in de meer landinwaarts gelegen agrarische streken, waar de inname van dierlijke vetten zeer hoog is. Swank concludeerde hieruit inmiddels een halve eeuw geleden alweer dat een overvloedige consumptie van verzadigde vetten bij Multiple sclerose-patiënten vervangen diende te worden door consumptie van olie (meervoudig onverzadigde vetten en visolie).

Voor vlees raadt Swank daarom wit vlees aan (b.v. kip), dat weinig verzadigde vetten bevat. Daarbij mag de inname van vloeibare vetten (oliën) als ingrediënten van het voedsel worden verhoogd, zoals door het eten van (vette) vis en het gebruik van (produkten met) zonnebloemolie, lijnzaadolie e.d. Ook olijfolie wordt door Swank als gunstig beschouwd, mits beperkt tot max. 5 g. per dag, want olijfolie bevat ook een gedeelte verzadigde vetten. Kokosolie en palmolie mogen niet gebruikt worden, want die zijn verzadigd. De maximale hoeveelheid verzadigd vetten per dag werd gesteld op 15 g., waarbij Swank volgens mij het verzadigd vet dat reeds in de olie aanwezig is, niet meerekent. De minimale hoeveelheid meervoudig onverzadigde oliën werd gesteld op 20 g. per dag, en het maximum op 50 g. voor de lichamelijk actieven. Per dag werd in elk geval 5 g. levertraan aanbevolen. Wie met deze getallen aan het optellen gaat, kan dan concluderen: geen volle melk, boter, room, kaas, milkshake, chocolade, vet vlees, e.d. meer.

Resultaten op de lange termijn met de patiëntengroep die dit dieet hebben gevolgd vanaf 1949 zijn ver-rassend goed: bij de beschreven groep van circa 150 patiënten die het dieet volgden, daalde het gemiddeld aantal exacerbaties in enkele jaren van ±1 per jaar tot ± 0.05 per jaar [2]. Vanaf 1988 publiceerde Swank dat de neurologische achteruitgang en sterfte gemiddeld over deze patiëntengroep over de periode van inmiddels 34 jaar ook verrassend lager waren bij degenen die zich aan het dieet hielden, in vergelijking tot hen die dit niet deden: bijna een factor drie, zoals Figuur 1 laat zien [3],[4] !

swank5a_465x302

Fig. 1. Neurologische achteruitgang bij verschillende innames van verzadigde vetten en oliën. (Bron: R.L. Swank and A. Grimsgaard, Am. J. Clin. Nutr. 1988).

Opmerkelijk is Swank’s bevinding dat de neurologische achteruitgang niet afhangt van het stadium waarin men verkeerde toen men met het dieet begon. Bij zijn publikatie in 1970 dacht Swank nog dat de achter- uitgang beter te stoppen was bij patiënten die nog niet zo lang MS hadden. Maar later constateerde hij dat vooral degenen die al wat verder gevorderde MS hadden, veel minder gemotiveerd waren om zich daadwerkelijk aan het dieet te houden [4]. Ook opmerkelijk is dat uit Figuur 1 blijkt dat men niet teveel moet smokkelen: de groep die 20-30 g. verzadigd vet per dag consumeerde, ging behoorlijk veel sneller achteruit dan degenen die minder dan 20 g. per dag consumeerden.

De editors van The Lancet hadden in hun commentaar bij de publikatie van Swank uit 1990 [4] de kritiek dat ze het bewijs van het nut van Swank’s dieet onvoldoende bewezen achten: de resultaten zouden ook verklaard kunnen worden door te veronderstellen dat degenen die harder achteruitgaan wellicht daardoor ook minder gemotiveerd waren om door te gaan met het dieet, waarna ze automatisch in de groep met hogere vetconsumptie terecht zouden komen. Maar zij gaan daarbij voorbij aan de discussie hieromtrent in Swank’s eerdere publicatie uit 1988 die dat tegenspreekt [3].

Onderscheid in vetzuren

Toch blijven er bij het werk van Swank nog veel vragen open, ondermeer omdat hij geen duidelijk onderscheid maakt tussen de verschillende typen vetzuren. Er zijn drie groepen essentiële vetzuren, waarmee het lichaam andere vetzuren kan aanmaken die tot dezelfde groep behoren. Tot de eerste groep vetzuren behoren de verzadigde vetzuren, zoals in dierlijke vetten, en de enkelvoudig onverzadigde vetzuren zoals in olijfolie. Tot de tweede groep behoren de meervoudige vetzuren van het type omega-6, zoals in zonnebloemolie, granen en vlees. In de derde groep behoren de meervoudig onverzadigde vetzuren van het type omega-3, zoals a-linoleenzuur in lijnzaadolie, en DHA en EPA in vis. De vraag is nu: welke meervoudig onverzadigde vetten zijn gunstig?

Er zijn in de jaren-70 zogenaamde dubbelblinde studies gedaan met MS-patiënten naar het effect van omega-6 vetzuren door toevoeging van een flinke hoeveelheid linolzuur (bijvoorbeeld zonnebloemolie) aan de normale voeding van een deel van de groep, terwijl een ander deel van de patiënten oliezuur (olijfolie) kreeg. Bij patiënten met gevorderde MS was er geen aantoonbaar effect. Bij patiënten met weinig gevorderde MS bleek dat de groep die linolzuur kreeg,  na twee en een half jaar minder hard achteruit gegaan te zijn ten opzichte van de andere groep. Maar van verbetering zoals bij Swank in de eerste periode van het dieet (zie Figuur 1) was geen sprake [5].

De aandacht verlegde zich naar de omega-3 vetzuren. Recentere studies hebben aangetoond dat omega-3 vetzuren uit bijvoorbeeld levertraan en vette vis aanzetten tot de aanmaak van prostaglandines en andere stoffen die tot minder heftige ontstekingsreacties leiden dan de prostaglandines die uit de omega-6 vetzuren worden gemaakt [6]. Vetzuren hebben dus een belangrijke relatie met het immuun- systeem. De kennis hierover neemt snel toe. Bij Eskimo’s, die door hun grote visconsumptie relatief meer omega-3 vetzuren in hun lichaam hebben dan bijvoorbeeld Europeanen, komt MS niet voor, en ook andere auto-immuunziekten komen er relatief weinig voor. Daarnaast is inmiddels ook het nut van visolie voor vermindering van de klachten bij reuma (evenals MS een auto-immuunziekte) aangetoond.

Dat de aandacht bij een MS-dieet niet alleen gericht moet zijn op verzadigd vet en olie,  maar ook over de combinatie met vis (omega-3 vetzuren) is nog niet aangetoond, maar er zijn verschillende tekenen die in die richting wijzen [6,7]. Ook de eerder genoemde st