De gemiddelde Nederlander werkt jaarlijks zo’n 1000 kilo aan eten en drinken naar binnen. Het is daarbij niet om het even waar hij zijn maag mee vult. In het vorige week verschenen boek ”Wat is nu gezond” probeert voedingswetenschapper prof. dr. Martijn Katan fabels en feiten te scheiden.

’s Morgens pindakaas of jam op de boterham? Katan, hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit, vertaalt wetenschappelijke inzichten naar de praktijk van alledag. „Op een gegeven moment vroeg ik me af wat we in de dertig jaar dat ik dit vak beoefen hebben bereikt, wat we nu echt weten en hoe dat zich vertaalt in de dagelijkse praktijk.”

De Amsterdamse voedingswetenschapper maakt eigen afwegingen en dat doet hij op een voor de lezer doorzichtige manier. Hij maakt onderscheid tussen feiten en fabels, tussen gezond en ongezond.

Allerlei facetten van voeding passeren in het boek van Katan de revue. Na een algemene inleiding hanteert hij een dagindeling van ontbijt via koffietijd, lunch en avondeten naar bedtijd. Een lange reeks van onderwerpen komt daarbij aan bod, zoals vitamines en mineralen, suikers en zoetstoffen, vetten en oliën, E-nummers, genvoedsel, voedselallergie en etikettering. Hij neemt geen extreme standpunten in, maar vaart een middenkoers, is niet drammerig, geeft veel praktische tips en beargumenteert zijn keuzes.

Katan is niet bang om de vinger te leggen bij zaken die hij als onjuist ziet, ook als niet iedereen dat even leuk zal vinden. Met de tientallen logo’s en keurmerken die suggereren dat een product gezond is, heeft hij weinig op. „Zelfs achtenswaardige instellingen als de Nederlandse Hartstichting en de Maag Lever Darm Stichting verlenen hun logo aan ’gezonde’ producten in ruil voor geld. Ik vind dat geen goede ontwikkeling.” Een uitzondering maakt Katan voor de logo’s ”Ik Kies Bewust” en het Klavertje van Albert Heijn. „Producten met deze logo’s bevatten minder verzadigd vet, transvet, toegevoegde suiker of zout en meer vezels dan producten zonder zo’n vignet. Ze staan ook op merkloze artikelen zoals groenten, fruit en brood.”

Een kar met boodschappen waar uitsluitend Klavertjes en Ik Kies Bewustvignetjes op staan, is volgens Katan een stuk gezonder dan wat er gemiddeld voorbij de kassa komt. „Volgens de Stichting Ik Kies Bewust die het logo beheert, zou het volledig vervangen van de boodschappen van de gemiddelde Nederlander door Ik Kies Bewustproducten het gehalte verzadigd vet in de dagelijkse voeding verminderen met ruim 40 procent en het vezelgehalte verhogen met ruim 50 procent.”

Vergelijkingen
Om de zaken begrijpelijk weer te geven, maakt de voedingswetenschapper graag gebruik van vergelijkingen uit het dagelijks leven. Bijvoorbeeld als het gaat om het grote probleem van overgewicht. Hoe komt het dat iemand in gewicht aankomt? Katan: „Dik worden is in wezen een kwestie van energie. Je lichaam verbruikt calorieën en dat verbruik vul je aan door te eten. Als je minder calorieën eet dan je verbruikt, val je af en als je er meer eet dan je verbruikt, kom je aan. Je lichaam is net een auto met een rekbare tank waar een onbeperkte hoeveelheid benzine in kan. Hoe meer je tankt hoe zwaarder de auto wordt, en hij wordt pas lichter als je brandstof verbruikt door de motor te laten draaien en kilometers te maken. Hoe meer kilometers, hoe groter dat brandstofverbruik.”

Katan noemt het een fabel dat afvallen een kwestie is van het volgen van het juiste dieet. „Feit is dat veel mensen afvallen op de meeste diëten. Vroeg of laat gaan ze echter weer gewoon eten en dan komen de kilo’s terug. Blijvend afvallen is moeilijk omdat we doorlopend lekkere dingen voorgeschoteld krijgen en zelden worden gedwongen om te bewegen.” Een praktisch advies -naast vele andere- in dit verband: „Kinderen moeten bewegen en niet naar een scherm staren.”

Ontbijt
Dat mensen de dag moeten beginnen met een ontbijt, is een stelling die Katan nuanceert. Hoe slecht het overslaan van het ontbijt is, hangt volgens hem af van wat je later op de dag eet. „Een volkorenboterham om zeven uur is natuurlijk gezonder dan een gevulde koek om halfelf.” Wie om zeven uur geen brood door zijn keel krijgt, adviseert hij om boterhammen naar het werk mee te nemen en later te ontbijten. Met muesli wordt dat natuurlijk wel iets lastiger. Tegelijk wijst hij erop dat het wel nodig is om minimaal vier boterhammen per dag te eten. Het toegevoegde zout in brood bevat namelijk extra jodium. „Zonder jodium uit brood kun je er een tekort aan krijgen, zeker als je geen vis eet.”

Ook het broodbeleg krijgt de nodige aandacht. Wat in dit verband opvalt, is dat Katan de link tussen vleeswaren en een verhoogd risico op darmkanker niet noemt, terwijl twee grote epidemiologische studies daarvoor aanwijzingen bieden.

Is wat u hierover schrijft niet wat magertjes? Katan: „Dat was een moeilijke beslissing. Het meest recente rapport van het Wereld Kanker Onderzoeks Fonds merkt vlees en vleeswaren inderdaad aan als een duidelijke risicofactor voor het ontstaan van darmkanker. Ik maak slechts kort melding van het gevonden verband omdat de kennis daarover mijns inziens toch nog vrij gebrekkig is. We hebben niet echt inzicht hoe dat risico tot stand komt. Ik vind het daarom nog te vroeg om nu tegen mensen te zeggen: Doe vooral geen vleeswaren op je brood, want daar krijg je kanker van. Laten mensen eerst maar rekening houden met dingen die we wel redelijk zeker weten.”

2hf

Maar waarom hebt u dat niet opgeschreven? „Het leeft in Nederland niet zo, dit onderwerp. Mensen geloven eerder dat je kanker krijgt van bestrijdingsmiddelen op appels dan van het eten van rood vlees en vleeswaren. Ik heb in mijn boek vooral energie gestoken in het ontzenuwen van dingen die niet waar zijn.”

Het verband met darmkanker geldt ook voor rood vlees (rund-, varkens-, en lamsvlees) en dat noemt Katan wel. Ook verwerkt hij dit gegeven in zijn advies om een paar keer per week een bescheiden stukje vlees te eten en dit af te wisselen met vis, kip of een vegetarische hap.

Reclame
Het begrip ”natuurlijk” is volgens Katan een veelgebruikte reclameterm die niets zegt over het al dan niet gezond zijn van een product. „Écht natuurlijk eten zou niet gezond zijn, want de natuur zit vol vergif.” Ook de term ”plantaardig” is niet synoniem met gezond. „Plantaardige vetten zoals palmolie bevatten namelijk veel verzadigde vetzuren en die zijn niet goed voor je cholesterolgehalte.”

Met de gewoonte van voedingsmiddelenproducenten om op levensmiddelen te zetten dat ze gemaakt zijn in een bedrijf waar ook pinda’s of noten zijn verwerkt, heeft Katan weinig op. „Ze zetten het er alleen maar op om zich in te dekken tegen aansprakelijkheidsstelling. Het staat op veel producten waar waarschijnlijk helemaal geen pinda in zit. Gevolg is wel dat je heel veel niet meer mag eten als je allergisch bent voor pinda’s. Dat leidt tot tekorten aan vitamines en mineralen en tot verstoring van de groei bij kinderen.”

Katan biedt de lezers van zijn boek veel makkelijk leesbare en begrijpelijke informatie. Een lange lijst van bronnen, een opsomming van betrouwbare websites en een trefwoordenregister maken het boek compleet. Jammer is dat de auteur op diverse plaatsen in zijn boek voetstoots uitgaat van de evolutie als feit en niet slechts als theorie. Ook wat dit betreft zou een scheiding tussen feiten en fabels interessant leesvoer kunnen opleveren, maar dat valt uiteraard buiten het bestek van de voedingswetenschap.

Mede n.a.v. ”Wat is nu gezond? Fabels en feiten over voeding”, door prof. dr. Martijn B. Katan; uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 2008; ISBN 978 90 351 3133 0; 200 blz.; € 14,95

——————

Geen hoge pet op van media
Voedingsonderzoek is volgens Katan een vak vol voetangels en klemmen. „Dit soort studies verloopt vaak moeizaam en de resultaten zijn gebrekkiger dan een buitenstaander zou denken. Dat komt doordat het menselijk lichaam onvoorstelbaar ingewikkeld en subtiel in elkaar zit, reden waarom wij onderzoekers er vaak naast zitten. Nieuwe bevindingen dwingen ons in dat geval om eerdere ’ontdekkingen’ te herzien of zelfs in te trekken. Aan het front van de wetenschap heerst chaos en tegenspraak. Het zou beter zijn als onderzoekers hun nieuwe bevindingen tien jaar lieten afkoelen voordat we ze aan de media en het grote publiek prijsgaven. Maar zo werkt dat helaas niet.”

Katan heeft geen al te hoge pet op van de media als het gaat om nieuws op zijn vakgebied. „Je kunt in tijdschriften of kranten wel lezen wat je moet eten en drinken, maar die adviezen berusten vaak meer op geloof en commercie dan op wetenschap.” Een vergelijking tussen Amerika en Nederland valt als het aan Katan ligt niet bijster positief uit voor de vaderlandse pers, vooral als het gaat om algemene verslaggevers met weinig achtergrondkennis. „Amerikaanse journalisten checken hun informatie veel meer. In Nederland is de werkwijze vaak: Professor die en die heeft iets gezegd en de journalist schrijft dat op. Als het niet klopt, is het de schuld van de hoogleraar. Het gevolg is dat je op maandag kunt lezen dat je ergens kanker van krijgt, dat op dinsdag iemand in de krant het tegenovergestelde roept en dat op woensdag de consument zegt: Gooi het maar in mijn pet.”

Een kritischer houding kan geen kwaad, wat u betreft? „Het feit dat iemand onderzoek heeft gedaan, betekent niet dat hij de waarheid in pacht heeft. Als onderzoeker wil je graag met resultaten naar buiten komen. Je moet nu eenmaal scoren en je universiteit en subsidiegever ook. Daar zouden journalisten wel eens wat meer rekening mee mogen houden. Dat staat nog los van de vraag of iemand commercieel beïnvloed is of niet. Dat is een probleem op zich. Er zijn pr-bureaus die er hun broodwinning van maken om zaken voor bedrijven in de media te krijgen.”

bron: Reformatorisch Dagblad

Reageer op dit artikel

REAGEER ZONDER FACEBOOK

Vul een reactie in ajb
Vul hier je naam in

Sanne
Mijn naam is Sanne Sanders en ik ben trendwatcher op het gebied van dieet, voeding, gezondheid en beauty. Regelmatig schrijf ik een artikel of review voor vetvrij.com Heb je een vraag of suggestie? Dan kun je me een berichtje sturen.