Archief voor de ‘Informatief’ Categorie

Bloedarmoede of Ijzertekort

dinsdag, 1 januari 2008

IJzer is in verschillende vormen actief in het lichaam. In de rode bloedcellen zit ijzer verpakt in de vorm van hemoglobine, in de spiercellen als myoglobine, en in enzymen en bij andere stofwisselingsprocessen in de vorm van heemproteĆÆnen en transferrine. Daarnaast houdt het lichaam circa dertig procent van het ijzer in voorraad. Dit ijzer is bekend als ferritine. Voor een volwassene gaat het om een voorraad van ongeveer drie gram in de lever, de milt en het beenmerg. In tijden van nood – wanneer de voeding te weinig ijzer levert – wordt de voorraad aangeboord. Zit er langdurig veel te weinig ijzer in de voeding, dan kan de voorraad uitgeput raken. Er ontstaat dan een ijzertekort, ook bekend als bloedarmoede (anemie).

Gevolgen

Een tekort is met name schadelijk voor kinderen. Zij hebben voldoende ijzer nodig om hun denkvermogen en spiercoƶrdinatie te ontwikkelen. Deze effecten van een ijzertekort treden al op voordat er sprake is van bloedarmoede, en wordt daarom niet altijd tijdig herkend.
Bij vrouwen die net zwanger zijn, kan een ijzertekort leiden tot een kortere zwangerschapsduur.
IJzer speelt ook een belangrijke rol bij de vroege hersenontwikkeling van (jonge) kinderen en ijzergebrek (anemie) gedurende de zwangerschap. In de eerste levensjaren kan ijzergebrek aanleiding zijn voor een gestoorde cognitieve ontwikkeling, zoals van de geheugenfunctie en het leergedrag.

Symptomen

Symptomen die wijzen op een ijzertekort zijn vermoeidheid, een bleke huid, een verminderd uithoudings- en prestatievermogen, het snel koud hebben en zogenaamde rusteloze benen.
Bij een beginnend ijzertekort zijn er doorgaans geen symptomen. Symptomen ontstaan vaak pas als er gedurende langere tijd minder ijzer actief is in het lichaam en de voorraad in de milt en de lever is geslonken. De ernstigste vorm van ijzertekort, bekend als ijzergebreksanemie, doet zich voor wanneer ook het beenmerg nog maar weinig ijzer bevat.

Diagnose

Om vast te kunnen stellen of er sprake is van bloedarmoede, is bloedonderzoek noodzakelijk. Daarbij wordt meestal gekeken naar de concentratie van hemoglobine en ferritine in het bloed. Toch is dat niet voldoende. Of er werkelijk sprake is van een ijzertekort, wordt vastgesteld door de zogenaamde transferrine-receptor in het bloed te bepalen. Daaraan is te zien in hoeverre het lichaam om ijzer ā€˜vraagt’.

Een laag hemoglobinegehalte

Een laag hemoglobinegehalte alleen hoeft niet te betekenen dat het lichaam over te weinig ijzer beschikt. Zo heeft de weerstand van het lichaam tegen ziekten en aandoeningen grote invloed op het hemoglobinegehalte. Bij een infectie of ontsteking zet het lichaam het beschikbare ijzer in het bloed zoveel mogelijk op non-actief en slaat het op. Daardoor kunnen bacteriƫn, virussen of kwaadaardige cellen zich niet meer vermenigvuldigen, want daar hebben ze ijzer voor nodig.
Ook in geval van een ontsteking in de dunne darm, zoals bij coeliakie of de ziekte van Crohn, is het mogelijk dat het hemoglobinegehalte van het bloed laag is. Het lichaam neemt het ijzer in eten dan niet goed op.

Bij bepaalde aandoeningen doet extra ijzer meer kwaad dan goed. Daarom is het belangrijk alleen ijzerpreparaten te slikken na overleg met de arts.

Mogelijke waarden bij bloedonderzoek

Bepaling Normale range1
Hemoglobine mannen: > 8,5 mmol/L
vrouwen: > 7,5 mmol/L
zwangeren: > 6,8 mmol/L (tot week 18, daarna > 6,5 mmol/L)
anemie: vrouwen/kinderen: <6 mmol/L; mannen: <6,5 mmol/L
Ferritine 15-300 μg/L serum

1) bron: NHG standaard anemie; Diagnostisch Handboek SAN (2002)

bron: voedingscentrum

Overgewicht

dinsdag, 1 januari 2008

Als men meer eet dan het lichaam verbruik ontstaat er een teveel aan brandstof voor het lichaam. Het teveel wat men binnenkrijgt wordt opgeslagen, dit noemt men vetopslag. Vet kan vrijwel overal in het lichaam opgeslagen worden, maar is per persoon anders.

Nou is het niet zo dat vet slecht is, want vet hebben we immers nodig om goed te kunnen functioneren. Teveel vet (overgewicht) kan wel gaan leiden tot klachten zoals obesitas (vetzucht), hart- en vaatziekten, suikerziekte, een grotere kans op trombose, vormen van kanker en nog tal van andere aandoeningen. Bij ernstig overgewicht (obesitas) heeft men ook meer kans op: slaapapneu (stokkende adem tijdens de slaap), jicht, ademhalingsproblemen, onvruchtbaarheid, menstruatiestoornissen, geboorte-afwijkingen, psychische en sociale problemen en verslechtert het lichamelijk functioneren. Voor je eigen gezondheid is het dus van belang niet teveel vet op te slaan en overgewicht te voorkomen.

Om te bepalen of men overgewicht heeft kan men gebruik maken van verschillende manieren. Zo kennen we de Body Mass Index en de eenvoudige middelomtrek. Het vet rond de buikwand dat is opgeslagen wordt hierbij opgemeten. Dit kunt u zelf ook doen door zelf uw taille- en buikomtrek te meten.

Door een energiebalans wordt je lichaamsgewicht bepaald. Deze energiebalans is de verhouding tussen de energie-inname en het energieverbruik wat wij hebben door lichamelijke activiteiten. Wanneer de balans is verstoord zal de energiebalans naar ƩƩn kant door slaan. Dit wil zeggen dat als de voedselinname hoger ligt dan dat het lichaam daadwerkelijk verbruikt, ontstaat er overgewicht.

Aanleg hebben voor overgewicht kan ook een rol spelen. Vergelijken we 2 personen die hetzelfde op ƩƩn dag binnenkrijgen aan voedsel dan zal er een grote kans bestaan dat bij een gelijke activiteitenpatroon, ƩƩn van de personen overgewicht aanlegt en de andere niet. Dit alles heeft weer te maken met de ruststofwisseling en het verbranden van voedsel. Wanneer de ruststofwisseling hoog van niveau is zal er meer voedsel worden verbrand dan wanneer de ruststofwisseling laag van niveau is.

Obesitas is een wetenschappelijke naam voor ernstig overgewicht. Obesitas is geen psychische aandoening, dus ook geen eetstoornis. Wat wel kan is dat er een eetstoornis aan ten grondslag ligt. Obesitas kan namelijk wel het gevolg zijn van van Binge Eating Disorder (BED). Het Binge Eating Disorder is een aandoening waarbij mensen extreme eetbuien hebben die ze niet meer onder controle kunnen krijgen. Wanneer men een BMI hoger dan 30 heeft spreekt men van obestitas.

De laatste jaren zijn het aantal kinderen met overgewicht flink gestegen. Om u, en eventueel u als ouder van een kind met overgewicht te helpen, heeft vetvrij.com uitgebreide informatie over het onderwerp: kinderen met overgewicht. Alle belangrijke zaken worden besproken. Het helpt u als ouder uw kind(eren) te helpen met de strijd tegen overgewicht.

Balansdag

dinsdag, 1 januari 2008

Een dagje minder: neem een Balansdag

Neem naĀ een dag met veel extra calorieĆ«n de volgende dag een ’Balansdag’: een dag waarop je extra let op je gewicht door minder te eten. Op een Balansdag kies je voor minder calorieĆ«n, let je extra op de tussendoortjes en zorg je voor wat extra beweging. Zo blijft je lichaam in balans en word je niet zwaarder.

Een Balansdag is géén dieetdag

Op een Balansdag isĀ het niet de bedoeling maaltijden over te slaan of extreem weinig te eten. Dat is ongezond en heeft net als streng lijnen vaak tot gevolg dat je sneller wordt verleid door ā€˜caloriebommen’, zoals gebak en vette snacks.

Gebruik de Schijf van Vijf als basis

Drie maaltijden volgens de Schijf van Vijf zijn ook op je Balansdag de basis. Gebruik dagelijks de vijf regels van de Schijf van Vijf: eet gevarieerd, niet te veel, gebruik minder verzadigd vet, eet volop groente, fruit en brood en ga veilig met voedsel om. De vijf vakken geven voldoende ruimte om lekker te variëren. Ze zijn de basis voor een gezonde voeding.

Eet minder calorieƫn en beweeg wat meer

Op de Balansdag kun je de extra calorieĆ«n vanĀ een dagje ā€˜meer’ verbruiken door gezond en caloriearm te eten of meer te bewegen. Zonder dieet. Door te letten op wat je kiest, zorg je ervoor dat je minder calorieĆ«n binnenkrijgt dan normaal. Hierdoor kan je lichaam de extra’s van de dag ervoor verbruiken en word je al met al niet zwaarder. Ook helpt het om meer te bewegen: ga bijvoorbeeld op de fiets naar je werk, maak een stevige lunchwandeling, laat de hond extra lang uit of ga sporten.

bron en meer informatie over de balansdag: voedingscentrum

Ondergewicht

dinsdag, 1 januari 2008

Ondergewicht wil zeggen dat je minder weegt dan goed is voor je gezondheid. Voor mensen met ondergewicht kan het net zo moeilijk zijn om van hun ondergewicht af te komen als dat iemand overgewicht moet verliezen.

Ondergewicht is het best te verhelpen door eetpatronen en structuren aan te passen. Je vol proppen heeft geen zin. Voldoende eten en genoeg voedingsstoffen binnen krijgen is zeer belangrijk. Men kan wel gebruik maken van extra tussendoortjes.

Ondergewicht heeft meestal ook een oorzaak. Zo kan men ondergewicht krijgen door gebrek aan eetlust of misschien wel door een ziekte. We zien dit ook vaak terug onder de oudere bevolking en ziekte patiƫnten in het ziekenhuis. Daarnaast heb je ook mensen die gezond leven en niet aan kunnen komen en dus ook mager zijn. Bij deze mensen kan de leefwijze een rol spelen als oorzaak van ondergewicht. Men kan de tijd niet nemen om rustig te ontbijten of een lunch te nuttigen of slaan de warme maaltijd over. Ook depressie heeft te maken met ondergewicht. Het kan zijn dat iemand door depressiviteit geen fut meer heeft om te koken en boodschappen te doen, waardoor de trek in eten ook automatisch minder wordt.

Iemand met ondergewicht draagt enkele risico’s met zich mee. Zo kan het zijn dat iemand met ondergewicht zijn conditie kwijt raakt waardoor hij/ zij zich sneller moe en futloos gaat voelen. Bij mensen met ondergewicht is de kans groter dat ze botbreuken oplopen omdat een Body Mass Index lager dan 18 botontkalking (osteoporose) met zich mee kan brengen.

Om te kijken of iemand ondergewicht heeft kan men gebruik maken van de Body Mass Index (BMI). Een BMI lager dan 18,5 wil zeggen dat men ondergewicht heeft. Mocht dit het geval zijn dan is het raadzaam een deskundige in te schakelen (bijvoorbeeld uw huisarts) om te kijken wat de mogelijkheden zijn om weer in gewicht aan te komen.

Als je ondergewicht hebt wil dit niet zeggen dat je nu alleen maar vette producten moet gaan eten. Voor iemand met ondergewicht is het net zo belangrijk om de juiste voedingsstoffen binnen te krijgen als iemand met normaal- of overgewicht. Voldoende eiwitten, vitamines en mineralen zijn van groot belang voor een gezonde eetpatroon en leefwijze.

Bij ondergewicht is het belangrijk de dagelijkse hoeveelheden van voeding aan te houden. Een calorieinname van 2300 Kcal. voor vrouwen en 2500 voor mannen is minimaal. Om bij mensen met ondergewicht het lichaamsgewicht te verhogen is het verstandig vaker een tussendoortje te nemen tussen de drie hoofdmaaltijden door. Ook is regelmaat net zoals ieder ander een belangrijk aspect in het beheren en aankomen van gewicht. Neem de tijd om te eten en doe dit niet gehaast. Eet je maaltijden rustig zodat het ook de tijd heeft om door je lichaam verwerkt te worden.

Het kan voorkomen dat u niet geplant gewicht verliest. Als u geen reden kunt vinden waarom u vermagerd en in gewicht afvalt is het raadzaam een arts hier naar te laten kijken. Een ziekte of aandoening kan dan namelijk de oorzaak zijn van het snelle gewichtsverlies (denk aan wormen in de darmen e.d.).

Anorexia nervosa en Boulimia zijn aandoeningen die een speciale behandeling vragen. Mocht dit het geval zijn is het raadzaam een deskundige in te schakelen.

Incontinentie

dinsdag, 1 januari 2008

Incontinentie is het niet of nauwelijks kunnen ophouden van urine en/of ontlasting. Voor wie er mee te maken heeft, is het meestal een groot probleem.

De urinewegen van de mens bestaan uit de nieren, de urineleiders, de blaas en de plasbuis. Vanuit de nieren wordt de urine door de urineleiders naar de blaas getransporteerd, waar het wordt opgeslagen. Als de totale hoeveelheid urine groot genoeg is (ongeveer 300ml) ontstaat aandrang. We voelen dan dat we moeten plassen. Door het openen van de sluitspier en het aanspannen van de blaasspieren kan de urine dan via de plasbuis het lichaam verlaten.

De gemiddelde urineproductie van een persoon is ƩƩn tot anderhalve liter per 24 uur, afhankelijk van de vochtopname. De plasfrequentie is ongeveer vier tot vijf maal per etmaal.

In Nederland lijden ongeveer ƩƩn miljoen mensen (750.000 vrouwen en 250.000 mannen) aan een vorm van incontinentie. Boven de 40 jaar kan zelfs ƩƩn op de vier mensen zijn of haar plas niet altijd volledig ophouden. Incontinentie is daarmee een van de grootste lichamelijke en maatschappelijke problemen. Het komt voor onder alle leeftijdsgroepen, bij bedlegerige, zieke, gehandicapte en gezonde mensen.

Oorzaken
De oorzaken van incontinentie zijn in twee groepen te verdelen.
De eerste groep betreft problemen met de blaas, blaashals of urinebuis. De blaas kan geĆÆnfecteerd zijn of oncontroleerbaar samentrekken. De sluitspieren kunnen te zwak (door onder andere uitrekking na zwangerschap) of beschadigd (bijvoorbeeld na een prostaatoperatie) zijn.

De tweede groep betreft aandoeningen aan het zenuwstelsel. Het blaascentrum kan bijvoorbeeld uitgeschakeld of beschadigd zijn. Ook de zenuwbanen van en naar de hersenen kunnen aangedaan of geheel verbroken zijn.

• Stress- of inspanningsincontinentie

Deze vorm van urineverlies komt vooral bij vrouwen voor. Er worden druppels of scheutjes urine verloren bij hoesten, lachen, tillen of andere plotselinge lichamelijke inspanning. De oorzaak ligt vaak in een verslapping van de bekkenbodemspieren, bijvoorbeeld na een bevalling, door overgewicht of door gebrek aan beweging.
Met bekkenbodemspieroefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut kan dit probleem vaak helemaal of gedeeltelijk worden verholpen. Ook een steunpessarium of operatief ingrijpen kan uitkomst bieden.

• Druppel- of overloopincontinentie

Deze vorm van urineverlies kenmerkt zich door langdurig nadruppelen. De oorzaak van dit typische mannenprobleem is meestal een vergroting van de prostaatklier, maar ook suikerziekte of een neurologische afwijking kan deze vorm van incontinentie veroorzaken. Bij deze vorm zijn meerdere behandelingsmethoden mogelijk.

• Urge- of aandrangincontinentie

Deze vorm van incontinentie komt zowel bij (oudere) mannen als bij (oudere) vrouwen voor. Na een plotselinge aandrang volgt de plas meteen. Soms wordt de aandrang helemaal niet gevoeld. Bij urge- of aandrangincontinentie worden grote hoeveelheden urine ineens verloren. De oorzaak kan liggen in een blaasontsteking, stofwisselingsziekte (bijvoorbeeld suikerziekte) of een neurologische aandoening. Een behandeling met medicijnen of oefentherapie (blaastherapie) kan hierbij soms uitkomst bieden.

• Bed- en broekplassen

Deze vorm van incontinentie komt meestal voor bij kinderen. Er kan een lichamelijke afwijking aan ten grondslag liggen. Ook spanningen of emotionele gebeurtenissen kunnen de oorzaak zijn. U helpt een kind niet door het te straffen wanneer het in bed plast. Stimuleer het kind door positief te reageren als het goed gaat. Gerichte training is soms zinvol. Het kind wakker maken om bedplassen te voorkomen heeft weinig zin en kan zelfs averechts werken.

• Incontinentie van ontlasting

Deze vorm van incontinentie komt het minst voor, maar is wel de meest onplezierige. De oorzaken kunnen gelegen zijn in een beschadiging (scheur) of verzwakking van de sluitspier van de anus of bij vrouwen in een fistel (doorgang) tussen darm en vagina.
Verzwakking van de sluitspier kan door zenuwbeschadiging ontstaan. Darmontstekingen, langdurig en intensief persen bij obstipatie en een moeilijke stoelgang kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de beschadiging van de sluitspier.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Door regelmatig te eten en op gezette tijden naar het toilet te gaan, kan de blaas getraind worden. Het drinken van alcohol, koffie en thee bevordert de urineproductie. Wees dus matig in het gebruik van deze dranken. Ook temperatuurschommelingen kunnen de drang tot urineren stimuleren. Probeer daarom grote verschillen tussen warmte en koude te vermijden.

Er zijn bepaalde geneesmiddelen, diuretica genaamd, die de urineproductie kunnen beĆÆnvloeden. Houd hier rekening mee. Vraag bij twijfel of eventuele onduidelijkheden uw apotheek of huisarts om advies.

Het menselijk lichaam heeft ongeveer ƩƩn tot anderhalve liter vocht per dag nodig. Via de nieren wordt ƩƩn tot anderhalve liter uitgescheiden. Mensen met incontinentie hebben soms de neiging om minder te gaan drinken. Dit is niet verstandig omdat dit kan leiden tot uitdroging, nierbeschadiging en urineweginfecties. Let dus op dat u voldoende blijft drinken.

Incontinentieverbanden

De afgelopen jaren zijn veel verschillende materialen op de markt gebracht om mensen met incontinentie meer vrijheid en comfort te bieden. De vele soorten, vormen en maten zijn op de verschillende vormen van incontinentie aangepast. De urine kan op verschillende manieren worden opgevangen, afhankelijk van de oorzaak en de hoeveelheid urineverlies.

Incontinentieverband bestaat uit een aantal lagen van verschillende materialen. De bovenlaag is een drooghoudlaagje dat vocht doorlaat, zodat het oppervlak droog blijft. De tweede laag, de absorptiekern, bevat pulp die de urine opneemt. Deze laag bepaalt de absorptiecapaciteit van het verband. De meeste incontinentieverbanden bevatten een derde laag met een zogenaamde superabsorber. Deze stof houdt urine vast en bindt het tot een geleimassa, zodat de huid niet meer nat kan worden. De onderlaag bevat een vochtdicht folie om doorlekken te voorkomen.

Veel verbanden hebben ook zogenaamde ‘anti-lekrandjes’ om lekkage aan de zijkanten te voorkomen. Er zijn incontinentieverbanden speciaal voor mannen of vrouwen verkrijgbaar.

Door het grote aanbod van incontinentieverbanden is het verstandig om verschillende producten uit te proberen. Vraag uw apotheek of huisarts daarbij om advies. Kies voor een verband waar u zich veilig en zeker bij voelt. Let daarbij ook op het vochtopnemend vermogen van het verband in relatie tot de mate van incontinentie die u heeft.

Mate van incontinentie

Bij de keuze voor opvangmateriaal maken we onderscheid in lichte, matige en zware incontinentie.

• Lichte- of druppelincontinentie

Bij een matige inspanning, maar ook spontaan, treedt enig urineverlies op. De hoeveelheid urine kan met een licht absorberend materiaal worden opgevangen.

• Matige incontinentie

Aanzienlijke hoeveelheden urine worden geloosd. U moet voortdurend absorptiemateriaal dragen.

• Zware incontinentie

Voortdurende lekkage uit de blaas of een volledige spontane lediging van de blaas vindt plaats. Dit kan alleen met grote hoeveelheden (sterk) absorberend materiaal worden opgevangen.

Twee- en eendelige systemen

Tweedelige systemen bestaan uit inlegverbanden die met behulp van een speciaal broekje (stretchslip, pantyslip, textielslip) of nauwsluitend ondergoed gefixeerd worden. De inlegverbanden zijn verkrijgbaar in normale rechte modellen en speciale anatomisch gevormde modellen. Anatomisch wil zeggen dat het inlegverband zoveel mogelijk de vorm van het lichaam heeft. Tweedelige systemen zijn geschikt voor alle vormen van incontinentie.

Bij lichte incontinentie kan ook normaal ondergoed gedragen worden. Hiervoor zijn speciale verbanden verkrijgbaar in een kleine maat. Overigens is er ook ondergoed met een wat dikker badstof kruisje verkrijgbaar.

Eendelige systemen zijn verbanden die als een broek gedragen worden. Het verband is geĆÆntegreerd in een broekje. Er zijn modellen met hersluitbare plakstrips, een elastische band of knoopgatsluiting verkrijgbaar. De eendelige systemen zijn geschikt voor zware incontinentie en zijn in alle maten verkrijgbaar. De heupwijdte is bepalend voor de maat. Binnen dit systeem kan ook nog onderscheid gemaakt worden in broekjes voor overdag en voor de nacht. De laatstgenoemde nemen meer vocht op, zodat u de tijd kunt overbruggen tot de volgende ochtend. Deze producten sluiten goed aan op het lichaam en blijven goed op de plaats zitten.

Richtlijnen voor gebruik

• Draag nooit extra inleggers in uw verband. Dit belemmert de absorptie. Bij twijfel kunt u beter een groter verband gaan gebruiken.

• Draag uw verbanden in nauw aansluitend ondergoed of een speciaal broekje. Ze moeten strak tegen het lichaam gedragen worden. Alleen dan functioneren verbanden optimaal en worden luchtjes voorkomen. Ondergoed dat langer in gebruik is en dat door het vele wassen uit model is geraakt, moet worden vervangen.

• Bij ondergoed en speciale broekjes moeten de naden altijd aan de buitenkant zitten.

• Draag het verband aan de voor- en achterkant altijd op gelijke hoogte. Voor mannen kan de voorkant eventueel iets hoger aangebracht worden. Op sommige verbanden staat een tekentje om aan te geven wat de voorkant is.

• Een te groot verband gaat opbollen en wijken bij de liezen, waardoor lekkage kan ontstaan. Het dragen van de juiste maat van het verband is daarom belangrijk.

• Controleer regelmatig of het verband vol is. De meeste verbanden hebben een zogenaamde vochtindicator. Deze tekens of letters geven door middel van verkleuring of vervaging aan of het verband verzadigd is.

• Voor de nacht en op dagen dat er diuretica worden gebruikt is het aan te bevelen om een verband met een groter absorptievermogen te gebruiken.

• Verschoon uw verband regelmatig. Afhankelijk van de mate van incontinentie en de frequentie van urineverlies, is twee tot vijf keer per dag verschonen een algemene richtlijn. Wanneer u voortdurend urine verliest, dan is vijfmaal per dag verschonen aan te bevelen.

Hulpmiddelen bij bedlegerige mensen
Er zijn diverse hulpmiddelen voor bedlegerige mensen met incontinentie. Vraag eens bij uw apotheek of huisarts om advies. Zij kunnen samen met u kijken welke hulpmiddelen in u situatie het beste van toepassing zijn.

Matrashoezen
Matrashoezen beschermen een matras tegen doorlekken. Er zijn verschillende maten en soorten verkrijgbaar. Ze bestaan meestal uit een bepaald soort plastic waarvan sommige uitwasbaar zijn en andere niet (wegwerphoezen).

Onderleggers
Onderleggers dienen voor de opvang van urine bij patiĆ«nten die bedlegerig zijn of ’s nachts last hebben van ‘lekken’. De bovenzijde van de onderlegger bestaat uit een tissueachtig papier voor vochtopname. Tegenwoordig zijn er ook onderleggers waar de bovenzijde uit een non-woven materiaal bestaat. Non-woven materiaal heeft als voordeel dat het geen vocht vasthoudt, zodat de patiĆ«nt niet nat in bed hoeft te liggen. De onderzijde is doorgaans van plastic om doorlekken te voorkomen. Tussen de boven- en onderlaag zit een stof (celstofwatten of Fluff) die het vochtopnemend vermogen van de onderlegger bepaalt. Onderleggers zijn in verschillende maten en soorten te krijgen. Er zijn wegwerponderleggers, maar ook uitwasbare waarvan sommige instopstroken hebben.

Hygiƫne
Een goede huidverzorging bij incontinentie is erg belangrijk. De inwerking van urine op de huid kan leiden tot vervelende huidirritaties. Dit kunt u voorkomen door de huid goed schoon en droog te houden. Was daarom de huid regelmatig, bij voorkeur zonder zeep, en droog deze goed af. Besteed daarbij extra aandacht aan de huidplooien, omdat de huid op deze plaatsen sneller gaat ‘broeien’.
Na het afdrogen kunt u de huid eventueel insmeren met een lotion of crème. Let daarbij wel op dat u deze niet te dik aanbrengt, omdat de poriën dan verstopt kunnen raken.

Doorlekken van urine of ontlasting geeft een vervelende geur die moeilijk te verdrijven is. Er zijn speciale anti-reukmiddelen verkrijgbaar die de onaangename geur kunnen verdrijven. Ze zijn leverbaar als oplossing in sprayvorm of zijn al geĆÆntegreerd in het verband.

bron: kring apotheek

Supersmoker

dinsdag, 1 januari 2008

Is supermoker de oplossing om de longen van de bijna 5 miljoen Nederlandse rokers niet meer bloot te stellen aan teer en andere schadelijke stoffen die in een sigaret aanwezig zijn?

Als je aan de nederlandse regering ligt niet. OP allerlei manieren probeert het kabinet er nu een draai aan te geven dat de Supersmoker voorlopig maar uit de handel moet worden gehaald. Volgens hen valt de de Supersmoker onder de noemer “medicijnen”. Dit laatste bestrijdt de fabrikant daar het geen middel is om van het roken af te komen, (staat ook op de verpakking vermeld) maar is het een vrijwel schadeloos alternatief voor de traditionele peuk.

Wat is de supersmoker precies?

SuperSmoker is een alternatieve sigaret die lijkt op een echte sigaret, smaakt als een echte sigaret en dampt als een echte sigaret. Hij is voorzien van een verwisselbare sigaretfilter. SuperSmoker bevat geen tabak. Het nicotinegehalte is vele malen lager dan een klassieke sigaret. Geen vuur, geen verbranding, geen teer, geen echte rook, geen kankerverwekkende stoffen (bij tabaksverbranding ong. 40 schadelijke stoffen), geen asbakken, geen peuken, geen vieze geurtjes en geen luchtvervuiling (geen CO²).

wat vinden de rokers van de supersmoker?

De eerste reacties van de meeste rokers die het uitgeprobeerd hebben zijn over het algemeen positief. Met name het feit dat de smaak redelijk overeenkomt met die van een echte sigaret en het grote voordeel dat de grootste (schadelijke) rotzooi van een peuk, teer, er niet inzit.

meer informatie: supersmoker.com

Heb jij ervaring met de supersmoker? laat het dan hieronder weten. Bedankt voor je reactie!Ā 

Sigaretten en stoppen met roken

dinsdag, 1 januari 2008

Een sigaret is een rolletje tabak, meestal korter dan 10 centimeter, bijeengehouden door een dun papieren kokertje. De diameter is 5-10 millimeter. Het papier en de tabak worden aan ƩƩn zijde aangestoken en de sigarettenrook wordt via het andere uiteinde door de mond naar binnen gezogen. Als daarbij tot in de longen wordt ingeademd, wordt dit inhaleren genoemd. Aan een sigaret kan een bepaalde smaak worden toegevoegd, zoals cacao, vanille of menthol. Een fabrieksmatig geproduceerde sigaret is erop gemaakt de verbranding van tabak te versnellen.

Sigaret is eigenlijk het verkleinwoord van sigaar. Het restant van een opgerookte sigaret heet peuk. Met een “pakje peuken” wordt in Nederland wel een pakje sigaretten aangeduid.

Bij het inhaleren van de rook komen onder andere het verslavende nicotine, het giftige koolmonoxide en teer in het lichaam van de roker of rookster. Het roken van sigaretten verhoogt de kans op hart- en vaatziekten, kanker en parodontitis. Het al dan niet aanwezig zijn van een filter aan het mondstuk heeft geen effect op de gezondheidsrisico’s, tenzij een psychologisch. Als alternatief is de omstreden supersmoker op de Nederlandse markt. Wil je definitief stoppen met roken dan verwijzen we je door naar Stivoro

Sigaretten worden verkocht in pakjes met 19, 20, 23, 25 of 30 stuks. 19 is het minimum, dit is ingesteld om ervoor te zorgen dat sigaretten niet te goedkoop worden en jongeren ze makkelijk kunnen kopen. Dit is niet in alle landen hetzelfde, in Italiƫ zijn er ook Picollo pakjes, hier zitten slechts tien sigaretten in, en zijn in verhouding vreemd genoeg goedkoper. Een slof sigaretten bestaat uit 8 of 10 pakjes (respectievelijk met 25 of 20 sigaretten). Uit een pakje shag van 50 gram kunnen ongeveer 40 tot 60 sigaretten, afhankelijk van de hoeveelheid gebruikte tabak, gerold worden. Deze worden met de hand gemaakt met behulp van een dun papiertje, in Nederland een vloeitje, in Vlaanderen een blaadje genoemd (hoewel in Vlaanderen ook in het algemeen de term vloeitje wordt gebruikt). De in Belgiƫ en Nederland verkochte pakjes kun je open en dicht doen, in veel andere landen (o.a. Amerika) moet je het pakje open krabben en kun je het daarna niet meer sluiten.

bronnen: stivoro, wikipediaĀ 

Drugs

dinsdag, 1 januari 2008

Wanneer is een bepaald middel een drug? Op die vraag bestaan verschillende antwoorden. Soms wordt uitgegaan van de werking van het middel, soms wordt gekeken naar wat er in de wet staat over het middel.

De werking
Wanneer er wordt gekeken naar de werking, dan is een middel een drug wanneer het de hersenen prikkelt en er daardoor geestelijke en lichamelijke effecten optreden. De effecten kunnen stimulerend zijn, verdovend of bewustzijnsveranderend.

Stimulerend:
Bij deze middelen krijgt de gebruiker het gevoel meer energie te hebben en alerter te zijn. Voorbeelden van stimulerende middelen zijn cocaĆÆne, amfetamine (ā€˜speed’) maar ook tabak en koffie.

Verdovend:
Hierbij komt de gebruiker in een slaperige roes. Door de kalmerende en ontspannende werking worden de scherpe kanten van het leven afgeslepen. Voorbeelden van verdovende middelen zijn heroĆÆne en andere opiaten, maar ook alcohol en slaapmiddelen.

Bewustzijnsveranderend:
De gebruiker van deze middelen gaat de wereld (heel) anders zien en beleven. Voorbeelden van bewustzijnsveranderende middelen zijn LSD, hasj, weed, paddo’s en andere tripmiddelen.

Het onderscheid naar werking is niet altijd scherp te maken. Sommige middelen hebben een gemengd effect. XTC is bijvoorbeeld oppeppend, maar verandert ook de waarneming en hasj en weed kunnen - afhankelijk van de dosis en de situatie - behalve bewustzijnsveranderend ook versuffend werken.

De wet
Wanneer wordt uitgegaan van de werking van middelen, dan zijn alcohol, koffie en tabak ook drugs. Volgens de wet is dat niet zo. In de Opiumwet, waarin alle middelen zijn opgenomen die door de overheid als drugs worden beschouwd, komen deze middelen niet voor. De Opiumwet noemt wel de illegale middelen waar de meeste mensen aan denken bij het woord drugs en veel middelen die worden toegepast in de geneeskunde.
Op lijst I van de Opiumwet staan middelen die volgens de overheid een onaanvaardbaar groot risico met zich meebrengen. Dat zijn bijvoorbeeld heroĆÆne, cocaĆÆne, amfetamine, LSD en XTC.
Op lijst II staan hennepproducten (hasj en weed) en slaap- en kalmeringsmiddelen zoals Valium en Seresta. Ook dit zijn geen onschuldige middelen, maar de risico’s zijn volgens de overheid minder groot dan bij de middelen op lijst I.

Wat is het verschil tussen harddrugs en softdrugs?
De middelen van lijst I van de Opiumwet worden wel harddrugs genoemd. Hasj en weed staan bekend als softdrugs. Harddrugs zijn volgens de wet gevaarlijker dan softdrugs en dat uit zich in de strafmaat. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo makkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ā€˜soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

Slaap- en kalmeringsmiddelen vallen over het algemeen buiten de indeling in hard- en softdrugs. Ze nemen een uitzonderingspositie in omdat ze meestal op recept, als geneesmiddel, worden uitgeschreven. Alcohol en tabak doen in schadelijkheid en risico’s niet onder voor de harddrugs, ze worden echter meestal niet als harddrugs aangemerkt, omdat ze maatschappelijk min of meer geaccepteerd zijn.

Deze informatie richt zich vooral op middelen die in de Opiumwet genoemd worden.

bron en meer informatie: drugsinfo.nl

Gemiddelde gewichten van kinderen en tieners

dinsdag, 1 januari 2008
Is mijn kind te zwaar? In de tabellen hieronder kun je de gemiddelde gewichten van kinderen en tieners van 2 tot 16 jaar vinden.

Jongens:

Meisjes:

Leeftijd Gewicht (kg):
2 12
3 15
4 17
5 20
6 22
7 24
8 26
9 28
10 31
11 35
12 39
13 45
14 52
15 57
16 61
Leeftijd Gewicht (kg):
2 12
3 15
4 17
5 18
6 21
7 24
8 27
9 31
10 35
11 39
12 43
13 48
14 52
15 55
16 57

Bedenk bij het hanteren van deze gegevens dat het gaat om gemiddelden. Sommige kinderen zijn nu eenmaal langer of wat zwaarder gebouwd ten opzichte van andere kinderen. Bij een hoger gewicht is er dus niet automatisch sprake van overgewicht.

Om iets te kunnen zeggen over het lichaamsgewicht wordt ook bij kinderen de Body Mass Index (BMI) gebruikt. De BMI wordt berekend door het gewicht in kilo’s te delen door de lengte in meters in het kwadraat. Oftewel: het gewicht delen door de lengte en dan nog een keer door de lengte. Wel is tot 18 jaar de beoordeling van de BMI anders dan bij volwassenen. Bij kinderen hangen lengte en gewicht namelijk sterk af van de leeftijd omdat ze nog in de groei zijn.

klik hier voor de Body Mass Index bij jongens

klik hier voor de Body Mass Index meisjes.

Ā© vetvrij.com - dit artikel mag niet zonder toestemming worden overgenomen.

Overgewicht bij kinderen en tieners

dinsdag, 1 januari 2008

Overgewicht komt steeds vaker voor bij kinderen. Dit vrij ernstig, want als dikke kinderen dikke volwassenen worden, dan is afvallen nog moeilijker.

Aan de andere kant hoeft overgewicht op jonge leeftijd geen probleem te zijn. Jonge kinderen kunnen de extra kilootjes er nog afgroeien en zich zelfs ontwikkelen tot een slanke den. Verder zijn kinderen beter in staat om bepaalde gewoonten aan en af te leren, waardoor ze makkelijker wennen aan een gewenst eet-en activiteitenpatroon.

Let op!
Neem het verschijnsel overgewicht bij kinderen wel serieus, ook als je kind niet te dik is. Bedenk dat de ontwikkeling van te veel vetweefsel een langdurig proces is. Een dunne kleuter kan vrijwel ongemerkt een dik schoolkind worden. En bij overgewicht geldt: beter voorkomen dan genezen.

Als ouder heb je de mogelijkheid om de ontwikkeling van overgewicht bij kinderen enigzins in de hand te houden.
Nu kan overgewicht niet altijd voorkomen worden. Overgewicht is immers voor een groot deel erfelijk bepaald (40-50%). Ook spelen invloeden tijdens de zwangerschap een rol (zie zwangerschap). Ouders zijn dus niet in staat om het toekomstige figuur van hun eenmaal geboren baby volledig te bepalen. Daarbij kan de eetcultuur en het activiteitenpatroon van de naaste omgeving (zoals school, vriendjes en vriendinnetjes) een invloed hebben op het eetgedrag en de hoeveelheid lichaamsbeweging van het kind.
Laten we zeggen dat ouders een steentje kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een gezond lichaamsgewicht voor nu en voor de latere volwassene.
Toch is het belangrijk dat ouders dat steentje bijdragen ofwel, dat men de kans neemt om de omvang van het figuur van het kind enigzins te sturen. Want uw kind zal er zeker baat bij hebben.

De diëtiste van opdieet.nl legt uit waar ouders het best op kunnen letten en hoe ze het eet- en activiteitenpatroon van kinderen op een juiste manier kunnen beïnvloeden. Eigenlijk komen de meeste maatregelen overeen met het terugdringen van overgewicht bij volwassen, maar voor de volledigheid worden ze nog eens kort herhaald en toegespitst op kinderen.

Belangrijke punten zijn:
Niet te veel televisie kijken
Kinderen kijken de laatste tijd (jaren) steeds meer televisie. Uit onderzoek blijkt dat het gewicht hoger is naar mate kinderen langer voor de televisie zitten. Dit is overigens niet zo verwonderlijk. De activiteit kost weinig inspanning. Daarbij is er voldoende gelegenheid voor tussendoortjes.
Een quizz of een film gaat dan ook vaak gepaard met een handje chips,
een stukje chocola of met het leeg eten van een zak drop.
Let daarom als ouder op de duur van het televisie kijken. Af en toe een programma is prima, maar middagen voor de ā€œbuisā€ wordt wel erg veel.

Meer sport en beweging
Net als bij volwassenen is ook voor kinderen sport en beweging een belangrijk onderdeel om een gezond lichaamsgewicht te bereiken of te handhaven.
CalorieĆ«n worden verbrand en het spierweefsel ontwikkelt zich. Daarbij kunnen kinderen ambitie kweken voor een bepaalde sport. Andere kinderen zullen sportactiviteiten zien als iets wat bij het leven hoort. Ofwel, ze zullen later meer behoefte hebben om af en toe ā€œde benen uit het lijf te lopen.ā€

Natuurlijk zijn volwassen ook goed in staat om ambities en gewoonten aan te leren, maar… jong geleerd, is oud gedaan!
Buiten kunnen kinderen zich goed bewegen. Ze hebben de mogelijkheid om allerlei spelletjes te doen waarbij zich kunnen uitleven: ze rennen, ze fietsen, steppen, ballen en rolschaatsen.

Maar kinderen buiten laten spelen is lastig. Aan de ene kant is het drukker op straat. Er is vaak veel verkeer en er zijn niet overal speelruimtes, zodat ze wel in huis moeten spelen. Aan de andere kant zijn er veel binnenactiviteiten, zoals televisie kijken dus en ook computeren, zodat kinderen minder graag naar buiten gaan.
Dikke kinderen kunnen het behoorlijk lastig hebben tijdens een sport- of gymnastiekles.
Dit kan verschillende redenen hebben. Zo moeten zwaardere kinderen meer lichaamsgewicht met zich meesjouwen. Hierdoor worden ze eerder moe dan hun slankere leeftijdsgenootjes. Daarbij is hun vetverbranding mogelijk verstoord, waardoor ze over minder energie beschikken (zie vetweefsel).

Dikke kinderen worden door hun minder goede sportprestaties vaak minder gewaardeerd. Dit maakt sport nog meer vervelend en daardoor zijn ze geneigd om sportactiviteiten te vermijden. Hierdoor komen ze in een vicieuze cirkel terecht of, met andere woorden, de situatie wordt van kwaad tot erger. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken zullen de kinderen juist aangespoord moeten worden om bijvoorbeeld lid te worden van een sportvereniging. Ouders kunnen hier een rol in spelen. Maar ook leerkrachten en klasgenootjes zullen moeten inzien dat sport voor iedereen belangrijk is en zeker voor wat zwaardere kinderen, en dat minder goede sportprestaties echt zo erg niet zijn!

Minder snoepen en snacks
Kinderen zijn over het algemeen gek op zoetigheid en snoep. Het verminderen van snoepgedrag kan daarom best heel lastig zijn. Maar het is wel belangrijk. Snoepen (en ook snacken) zijn dikmakende gewoonten en zeker geen behoeften, want het lichaam kan makkelijk zonder calorierijke tussendoortjes. Als kinderen gewend zijn om niet te snoepen, dan zullen ze het ook niet missen. En verwennen kan altijd! Maar dan met een knuffel, extra aandacht of met een gezondere tractatie.

Altijd ontbijten
Een goed ontbijt is voor kinderen – net als voor volwassenen – zeer belangrijk. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen zwaarder zijn als ze hun eerste maaltijd overslaan.

Sommige kinderen willen niet ontbijten. Misschien eten ze ’s avonds te veel.
Geef in dat geval geen tussendoortjes een geruime tijd voor het slapen gaan. Let ook op toetjes. Vla en pudding zijn erg vullend. Yoghurt met eventueel een vruchtensiroop of met een klein beetje vla is een beter alternatief.
Kinderen die niet gewend zijn om te ontbijten, kunnen aanvankelijk tegenstribbelen. Leer in deze situatie het ontbijten beetje bij beetje aan door het geven van steeds grotere porties totdat de juiste hoeveelheid is bereikt.
Overigens, de concentratie vermindert als kinderen niet ontbijten, want ze hebben honger en te weinig energie. Hierdoor dalen hun schoolprestaties.

Let goed op het gewicht
Het advies bij kinderen met overgewicht is: probeer het gewicht zoveel mogelijk te handhaven, zodat ze uit hun extra kilo’s groeien. Als kinderen een jaar niet aankomen, zijn ze eigenlijk afgevallen.

Hieronder volgt een overzichtje van het gemiddelde gewichtsverloop:
Een kind van 1 jaar weegt ongeveer 10 kg

In de periode van 1-4 jaar worden de kinderen 6 kg zwaarder

    Kinderen van 4 tot 12 worden per jaar ongeveer 2-3 kg zwaarder en 5-8 cm langer

      Meisjes groeien aan het begin van de puberteit snel; bij jongens komt de groeispurt in deze periode wat later.

        Bekijk hier de gemiddelde gewichten per leeftijd.

        Let wel, het gaat hier om gemiddelden. Sommige kinderen zijn wat langer of wat groter gebouwd dan de standaard maat. Bij een hoger gewicht is er dus niet automatisch sprake van overgewicht. Mocht u twijfelen of uw kind een juist gewicht heeft, breng dan eens een bezoekje aan een diƫtiste.

        Boekentip:

        Help, mijn kind is te dik
        Hoe je je spruiten lekker maakt voor gezond etenĀ 

        ISBN 906030652X
        Uitvoering: Paperback
        Aantal pagina’s: 96
        Druk: 1
        Imprint: De Driehoek

        Boekbeschrijving

        Overgewicht wordt een steeds groter probleem, nu al zijn 4 op de 10 Nederlanders te zwaar. Het aantal te dikke kinderen is de laatste tien jaar verdubbeld, maar dat aantal zou de komende jaren ook nog eens schrikbarend toenemen…

        Doe er wat tegen en ga met Help! Mijn kind is te dik meteen aan de slag:

        *Wanneer is iemand te dik?
        *Oorzaken van overgewicht
        *Dikke mensen gaan eerder dood
        *Waarom maakt chocola gelukkig?
        *Een grote maag?
        *Wat hebben we verkeerd gedaan?
        *Kinderen verleiden
        *tot gezond eten?
        *Dit zou het gewicht van uw kind moeten zijn
        *De beste adviezen ingedeeld per leeftijdsgroep
        *0 tot 1 jaar: Mam, je verpest mijn figuur / Eten is plezier / Wat baby’s echt nodig hebben Concrete menu’s voor het 1ste jaar / Zelf het gewicht van je kind bijhouden / Wat is de juiste lengte? / De Body-Mass-Index / Een kleine veelvraat
        *Wanneer moet er een dokter bij komen?
        *Anorexia, boulimie en binge-eating, etc.

        De kinderarts prof.dr.Kurt Widhalm is een internationaal bekend medisch-voedingsspecialist; hij leidt in het Weense academisch kinderziekenhuis de afdeling adipositas. Dr.Monika Berthold is o.a. hoofdredacteur van een groot Oostenrijks gezondheidstijdschrift.

        Calorieƫnverbruik

        dinsdag, 1 januari 2008

        De hoeveelheid van calorieƫn die je verbruikt is van een aantal factoren afhankelijk.

        Zo is je leeftijd, geslacht, gewicht en de lichamelijke activiteiten die je onderneemt belangrijk bij een goede calorieverbruik berekening. De totale calorieverbranding per dag bestaat uit de ruststofwisseling of BMR (Basal Metabolic Rate) samen met de energie die nodig is voor je dagelijkse bezigheden en activiteiten.

        Het totale energieverbruik ligt gelijk aan de BMR en PAL (Physical Activity Level), die een waarde heeft tussen de 1,2 en 2,2 en het niveau aangeeft van de lichamelijke activteiten die iemand verricht.

        In de tabel hieronder kun je zien hoeveel calorieƫn je verbruikt met uiteenlopende activiteiten.

        Het energieverbruik wordt aangegeven in kilo-calorieƫn per uur

        Wil je per specifiek per tijdseenheid of activiteit weten hoeveel calorieƫn je verbruikt raadpleeg dan de calorieƫn verbruiksmeter.

        Dagelijkse activiteiten energieverbruik
             
        slapen, liggen 60 kcal
        zitten 70 kcal
        staan 85 kcal
        lopen, wandelen 175 kcal
        autorijden 85 kcal
        fietsen (woon-werk en boodschappen) 250 kcal
        huishoudelijk werk 200 kcal
        middelzwaar werk (verpleging, postbode, productie) 250 kcal
        zwaar werk (bouw, loodspersoneel) 300 kcal
             
        Sportactiviteiten energieverbruik
             
        stevig wandelen 250 kcal
        joggen, loopband wandelen 6 km/h 450 kcal
        hardlopen 650 kcal
        zwemmen 350 kcal
        skeeleren, skaten 450 kcal
        step aerobic, tae bo 700 kcal
        squash 800 kcal
        krachttraining 400 kcal
        tennis 400 kcal
        spinning 850 kcal
        cardio fitness 600 kcal
        basketbal 500 kcal
        callanetics, shape-up 350 kcal
        fietsen flink tempo 350 kcal

        Ā© vetvrij.com

        Snel reageren op artikelen

        zondag, 30 december 2007

        Op alle artikelen die je op deze website kunt vinden kun je een reactie geven. Voordat je een reactie geeft moet je een naam en mail adres doorgeven. Als je regelmatig deelneemt aan discussies is het makkelijk om je eenmalig te registreren. Je wordt vervolgens herkend door ons systeem en kan snel reageren op alle artikelen zonder je naam en mail adres in te voeren. klik op de afbeelding aan de rechterkant om je direct te registreren.

        Om snel te reageren in het vetvrij forum dien kun je jezelf registreren bij ons forum.