Archief voor de ‘Informatief’ Categorie

Mag je suiker als je diabetes hebt?

zondag, 23 maart 2008

Mag je suiker als je diabetes hebt? Kun je diabetes type 2 krijgen van je vader of moeder? Op deze en meer vragen geeft het diabetsfonds antwoord.

Suikervrij eten is niet nodig. Dat bevestigt wetenschappelijk onderzoek, betaald door het Diabetes Fonds. Het is dus niet waar. Mensen met diabetes kunnen net als iedereen, gewoon gezond eten. En dat kan heel lekker zijn!

Wetenschappelijk onderzoek, mede betaald door het Diabetes Fonds, laat zien dat je de aanleg voor diabetes type 2 kunt erven van je ouders. Het is dus waar. Het goede nieuws is dat je zelf veel kunt doen om diabetes type 2 te voorkomen.

Er zijn belangrijke vorderingen gemaakt in het onderzoek naar diabetes type 1. Mede dankzij wetenschappelijk onderzoek dat het Diabetes Fonds heeft betaald. Het is dus waar. De ontwikkelingen gaan zo snel dat genezing steeds dichterbij komt.

Wil je meer weten over diabetes? Download dan de onderstaande folders van het Diabetesfonds.

Diabetes en erfelijkheid

Voedingsbrochure Alles over voeding bij diabetes

recepten kaartjes

Genezing van diabetes type 1

Acrobat Reader om deze bestanden te lezen.

bron en meer informatie: Diabetesfonds

Seth Roberts en het Shangri-la-dieet

woensdag, 19 maart 2008

Seth Roberts is een emeritus hoogleraar Psychologie aan de Universiteit van California, Berkeley en een lid van de Universiteit van het Centrum voor Gewicht en Gezondheid. Hij is wellicht het best bekend voor zijn werk op zelf-experimenten, die hebben geleid tot 2006 zijn Engelstalige boek, The Shangri-La Diet. Helaas is er nog geen Nederlandse vertaling van dit boek. In dit boek stelt hij dat de menselijke gewicht wordt gereguleerd door een set punt “, de hoeveelheid vet van het lichaam probeert te handhaven, en concludeert dat deze set punt stijgt met de consumptie van calorie-geassocieerde smaken en kan worden verlaagd door het nemen van kleine doses Flavorless van voedingsmiddelen zoals suiker, water of licht olijfolie tussen de maaltijden.

Roberts het werk heeft de hoofdrol in The New York Times Magazine en The Scientist. Hij was zelf een bijdrage aan de Spy.

 

Wat zeggen anderen over Seth Roberts?

 

“Een gewichtsverlies theorie dat alleen kan profiteren een paar miljoen mensen.” - Stephen Dubner, co-auteur van Freakonomics

“In feite, is het misschien een paar miljard profiteren.” - Dennis Prager, The Dennis Prager Show interview met Seth Roberts (35 minuten).

“U actief voelt niet eten… Het is een soort van honger niet dat je nog nooit hebt gevoeld voor” - Joyce Cohen, NY Times columnist en blogger.

“Het is al twee weken geleden dat ik ben begonnen en oh-my-god… Binnen drie dagen was ik eigenlijk vergeten te eten.” - Kathy Sierra, co-auteur van Head First Java en blogger.

“Het was een zeer positieve ervaring en gewichtsverlies is slechts een van de voordelen” - Food Chronicler.

De Woman’s World artikel ( “Instant Willpower!”)

Bekijk een CBC mini-documentaire (9 minuten) over het dieet.

Deze vier grafieken tonen de voortgang van de vier personen die het Shangri-la Dieet hebben gevolgd.

• Personen posting hun gewicht: 125
• Totaal weken van gegevens: 804
• Totaal gewicht (ld): -903
• Gemiddelde verandering in gewicht / week (ld / week): -1,1

Wat vindt jij van het Shangri-la-dieet? lees de reacties op het shangri-la-dieet, stel een vraag of vertel jouw ervaring op deze pagina of discussieer mee op ons forum.

bron en meer informatie: Website Seth Roberts

Ortorexia

woensdag, 27 februari 2008

Orthorexia nervosa is een eetstoornis die verwant is aan Anorexia nervosa. Hoewel de aandoening regelmatig aandacht krijgt, bijvoorbeeld op medische websites en in medische literatuur, is orthorexia nog geen erkend ziektebeeld.

Het belangrijkste kenmerk van de aandoening is dat de persoon die eraan lijdt, een preoccupatie of zelfs obsessie heeft voor gezond eten. Als gevolg hiervan mijdt de persoon bepaalde soorten voedsel, met name voedsel dat vet of conserveringsmiddelen bevat. Vaak gaat de persoon over op vegetarisme en eindigt het traject erbij dat de persoon alleen nog biologisch geteelde rauwe groente en fruit eet.

Door te kritisch over voedsel te zijn, eet de persoon te weinig, is de voeding te weinig gevarieerd en kan de persoon gevaarlijk mager worden, wat ook bij anorexia het geval is. In sommige gevallen kan het obsessieve gedrag ook tot problemen in de sociale omgang leiden.

Een verschil met anorexia is dat de persoon op het eerste gezicht niet te kampen heeft met een gebrek aan eigenwaarde, maar zich eerder superieur voelt door zijn verantwoorde eetgewoonten. De kwaliteit van het eten staat voor de kwaliteit van het leven.

De aandoening is voor het eerst beschreven door Steven Bratman, een Amerikaanse arts en expert op het gebied van alternatieve geneeswijzen. Het woord is afkomstig uit het Grieks: orthos betekent correct en orexis eetlust.

De overeenkomst met boulimia en anorexia is dat het ontstaat uit verschillende factoren. Dat zijn zowel omgevingsfactoren als psychologische. De samenstelling van het gezin kan een aanleiding zijn, net als de mate van kwetsbaarheid van een kind. Ook kunnen traumatische gebeurtenissen een aanleiding zijn voor de ontwikkeling van een eetstoornis.

Orthorexia heeft onder andere te maken met de angst om de grip op de wereld om je heen kwijt te raken, het gaat net als bij anorexia en boulimia om een gevoel van controle op de wereld. Het zijn vaak mensen die alles erg goed willen doen en daar juist door hun hoge eisen aan zichzelf en de wereld niet in slagen om het zo te doen als zij vinden dat het zou moeten.

Er zijn verschillende eetpatronen binnen dit ziektebeeld, dat maakt het moeilijk te herkennen. Veel mensen schrappen eerst vlees en vis uit hun eten, maar sommigen stoppen in eerste instantie met koolhydraatrijke voedingsstoffen als witbrood en aardappels. En de ene groep eet alleen nog rauwe groenten waar de andere groep juist gekookte groenten eet.

bron: wikipedia

Is bronwater gezonder als kraanwater?

zondag, 3 februari 2008

Kraanwater is net zo gezond als flessenwater. In de Waterleidingwet is vastgelegd dat de waterbedrijven betrouwbaar drinkwater moeten leveren. Het water mag dus geen eigenschappen hebben die slecht kunnen zijn voor de gezondheid. Onder andere fluor, lood, chloor en nitraat zijn stoffen die niet of in zeer beperkte mate in het drinkwater mogen zitten. Er is dus geen reden om ander water te drinken dan kraanwater.
Sommige fabrikanten van mineraalwaters beweren wel eens dat veel of juist geen mineralen goed zijn voor het lichaam. Mineralen spelen een belangrijke rol bij specifieke lichaamsfuncties, maar teveel mineralen zijn niet goed voor de nieren.

De waterbedrijven houden de kwaliteit van het drinkwater continu scherp in de gaten. Zij doen er alles aan om kwalitatief goed drinkwater te leveren. Alleen als het water verwarmd wordt, krijgt het een andere kwaliteit dan het koude kraanwater. Dat geldt ook voor water dat zelf gefilterd of onthard wordt of meegenomen wordt in een watertank. Wie gevarieerd eet (brood, aardappelen, groenten) hoeft geen extra mineralen in te nemen. En dus is het niet nodig water uit de fles te drinken.

Zijn de bronnen van flessenwater anders dan die van kraanwater?
Kraanwater wordt in ons land bereid uit duin-, grond- of oppervlaktewater. Flessenwater wordt gemaakt van grondwater. Net als 60% van het kraanwater komt het meeste flessenwater in Nederland uit diepere waterdoorlatende lagen. Soms liggen de bronnen van flessenwaters zelfs naast of vlakbij de waterwinputten van waterbedrijven. De bronnen die gebruikt worden voor kraanwater, zijn beter van kwaliteit en worden wettelijk beter beschermd dan de bronnen die gebruikt worden voor flessenwater.

Wordt flessenwater beter gezuiverd dan kraanwater?
Kraanwater kan een chemische en bacteriologische behandeling ondergaan om het geschikt te maken voor consumptie. Bronwater ondergaat soms ook diverse zuiveringsmethoden voordat het verkocht kan worden. Alleen natuurlijk mineraalwater ondergaat geen enkele behandeling, behalve de verwijdering van oplosbare elementen en de (eventuele) toevoeging van koolzuurgas. De wettelijke eisen die aan flessenwater en kraanwater gesteld worden verschillen. Deze verschillende eisen leiden tot verschillende zuiveringsinspanningen en tot verschillende reinwaterkwaliteiten.
Het eindresultaat van alle drie de waters is hetzelfde: schoon, veilig en betrouwbaar drinkwater. Echter, voor mineraalwater schrijft de wet geen normen voor wat betreft de gehaltes aan minerale zouten. Mineralen spelen inderdaad een belangrijke rol bij belangrijke lichaamsfuncties zoals bij de vochthuishouding en botopbouw. Maar teveel mineralen is ook niet goed: ze kunnen een extra belasting vormen voor de nieren. En dat is niet goed voor de nieren.

bron: verswater.nl 

Drama in Utrecht door proef met Probiotica

woensdag, 23 januari 2008

Bij landelijk onderzoek naar de werking van probiotica bij patiënten met ernstige acute alvleesklierontsteking zijn meer mensen overleden in de groep die probiotica kreeg, dan in de groep die de behandeling niet heeft gekregen. De onderzoekers zijn verrast door dit resultaat. Eerdere kleine buitenlandse studies toonden aan dat probiotica infectieremmend zou werken bij acute alvleesklierontsteking. Uit dit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. De resultaten van het onderzoek worden binnenkort gepubliceerd in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift.

Bekijk hier een videofragment van RTL Nieuws over de gebeurtenissen in het UMC.

Aan het onderzoek namen 296 patiënten met ernstige acute alvleesklierontsteking deel, verdeeld in een onderzoek- en controlegroep. Acute alvleesklierontsteking is een zeldzame en zeer ernstige ziekte. In totaal overleden 24 patiënten (16 procent) in de onderzoeksgroep en 9 patiënten (6 procent) in de controlegroep.

De onderzoekers weten nog niet wat de verhoogde sterfte heeft veroorzaakt. Drie factoren spelen in samenhang een rol:

- de toepassing van probiotica bij mensen met orgaanfalen,
- de toediening van probiotica aan intensive care patiënten, en
- het toedienen van probiotica samen met sondevoeding (rechtstreeks in de darm).

De onderzoekers raden collega’s voorlopig af om probiotische bacteriën toe te passen in situaties die aan deze drie criteria voldoen.

De patiënten zijn behandeld in vijftien Nederlandse ziekenhuizen, waaronder alle acht Universitaire Medische Centra. Het onderzoek is gefinancierd door Senter Novem, een overheidsinstantie, en is uitgevoerd onder leiding van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Alle betrokken patiënten en de familieleden van de overledenen zijn inmiddels ingelicht.

Twee eerder gepubliceerde kleinschalige studies met probiotica bij alvleesklierontsteking toonden hoopvolle resultaten, maar waren te klein om artsen te overtuigen van het nut van toepassing van probiotica bij alle patiënten met ernstige acute alvleesklierontsteking. Het huidige onderzoek was dan ook veel groter van opzet en primair bedoeld om het infectieremmende effect van probiotica aan te tonen.

De uitkomst werd pas na afloop duidelijk doordat het onderzoek ‘dubbelblind’ was uitgevoerd, zoals de medische wetenschap vereist. Een speciaal ingestelde ‘monitoring-commissie’ stelde halverwege het onderzoek geen significante verschillen vast, niet in infecties en ook niet in sterfte.

De totale sterfte tijdens het onderzoek bedroeg 11 procent. Dat is hetzelfde percentage als uit de medische literatuur bekend is, namelijk 10%. Daardoor werd gedurende het onderzoek nog niet duidelijk dat er een verschil in sterfte zou bestaan tussen de patiëntengroepen. In dit soort onderzoek worden verschillen tussen de controle- en onderzoekgroep pas zichtbaar na het verbreken van de code als het onderzoek is afgelopen.

Alle deelnemende patiënten gaven vooraf toestemming voor deelname en het onderzoek is getoetst aan de Wet Medisch Wetenschappelijk Onderzoek met Mensen en uitgevoerd volgens de daarvoor geldende internationale richtlijnen.

Meer over acute alvleesklierontsteking (pancreatitis)
Acute alvleesklierontsteking (pancreatitis) treft jaarlijks ruim 3000 Nederlanders. Ongeveer twintig procent van hen wordt ernstig ziek; van deze groep overlijdt ongeveer de helft op de afdeling Intensive Care. De overlijdenskans is groter wanneer er infecties optreden met schadelijke bacteriën. Wetenschappers zoeken daarom naar wegen om de kans daarop te verkleinen.
In dit onderzoek is via de darmsondevoeding probiotica toegediend in de verwachting dat zij de weerstand tegen schadelijke bacteriën verhogen. Probiotica zijn gunstige darmbacteriën die in de menselijke darm de groei van schadelijke bacteriën tegengaan. Onderzoek bij de overleden patiënten heeft aangetoond dat de toegediende probiotica bij hen geen infecties hebben veroorzaakt. Wat wel de precieze oorzaak van de sterfte was, wordt nog onderzocht.

Meer over dubbelblind onderzoek
Elk grondig medisch onderzoek wordt tegenwoordig ‘dubbelblind’ uitgevoerd; noch de patiënt, noch de wetenschappers wisten tijdens het onderzoek of de geteste behandeling of een schijnbehandeling (placebo) wordt toegepast. De verschillen tussen de twee groepen patiënten worden pas zichtbaar als na afloop een code wordt verbroken.

Voor meer informatie
Om 15:00 uur zal een persconferentie gehouden worden in het UMC Utrecht. U kunt zich aanmelden bij: In- en Externe Communicatie, Ilse van Wijk, tel. 088 755 74 83.

bron: umcutrecht.nl

Fabels en Feiten over voeding

woensdag, 23 januari 2008

De gemiddelde Nederlander werkt jaarlijks zo’n 1000 kilo aan eten en drinken naar binnen. Het is daarbij niet om het even waar hij zijn maag mee vult. In het vorige week verschenen boek ”Wat is nu gezond” probeert voedingswetenschapper prof. dr. Martijn Katan fabels en feiten te scheiden.

’s Morgens pindakaas of jam op de boterham? Katan, hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit, vertaalt wetenschappelijke inzichten naar de praktijk van alledag. „Op een gegeven moment vroeg ik me af wat we in de dertig jaar dat ik dit vak beoefen hebben bereikt, wat we nu echt weten en hoe dat zich vertaalt in de dagelijkse praktijk.”

De Amsterdamse voedingswetenschapper maakt eigen afwegingen en dat doet hij op een voor de lezer doorzichtige manier. Hij maakt onderscheid tussen feiten en fabels, tussen gezond en ongezond.

Allerlei facetten van voeding passeren in het boek van Katan de revue. Na een algemene inleiding hanteert hij een dagindeling van ontbijt via koffietijd, lunch en avondeten naar bedtijd. Een lange reeks van onderwerpen komt daarbij aan bod, zoals vitamines en mineralen, suikers en zoetstoffen, vetten en oliën, E-nummers, genvoedsel, voedselallergie en etikettering. Hij neemt geen extreme standpunten in, maar vaart een middenkoers, is niet drammerig, geeft veel praktische tips en beargumenteert zijn keuzes.

Katan is niet bang om de vinger te leggen bij zaken die hij als onjuist ziet, ook als niet iedereen dat even leuk zal vinden. Met de tientallen logo’s en keurmerken die suggereren dat een product gezond is, heeft hij weinig op. „Zelfs achtenswaardige instellingen als de Nederlandse Hartstichting en de Maag Lever Darm Stichting verlenen hun logo aan ’gezonde’ producten in ruil voor geld. Ik vind dat geen goede ontwikkeling.” Een uitzondering maakt Katan voor de logo’s ”Ik Kies Bewust” en het Klavertje van Albert Heijn. „Producten met deze logo’s bevatten minder verzadigd vet, transvet, toegevoegde suiker of zout en meer vezels dan producten zonder zo’n vignet. Ze staan ook op merkloze artikelen zoals groenten, fruit en brood.”

Een kar met boodschappen waar uitsluitend Klavertjes en Ik Kies Bewustvignetjes op staan, is volgens Katan een stuk gezonder dan wat er gemiddeld voorbij de kassa komt. „Volgens de Stichting Ik Kies Bewust die het logo beheert, zou het volledig vervangen van de boodschappen van de gemiddelde Nederlander door Ik Kies Bewustproducten het gehalte verzadigd vet in de dagelijkse voeding verminderen met ruim 40 procent en het vezelgehalte verhogen met ruim 50 procent.”

Vergelijkingen
Om de zaken begrijpelijk weer te geven, maakt de voedingswetenschapper graag gebruik van vergelijkingen uit het dagelijks leven. Bijvoorbeeld als het gaat om het grote probleem van overgewicht. Hoe komt het dat iemand in gewicht aankomt? Katan: „Dik worden is in wezen een kwestie van energie. Je lichaam verbruikt calorieën en dat verbruik vul je aan door te eten. Als je minder calorieën eet dan je verbruikt, val je af en als je er meer eet dan je verbruikt, kom je aan. Je lichaam is net een auto met een rekbare tank waar een onbeperkte hoeveelheid benzine in kan. Hoe meer je tankt hoe zwaarder de auto wordt, en hij wordt pas lichter als je brandstof verbruikt door de motor te laten draaien en kilometers te maken. Hoe meer kilometers, hoe groter dat brandstofverbruik.”

Katan noemt het een fabel dat afvallen een kwestie is van het volgen van het juiste dieet. „Feit is dat veel mensen afvallen op de meeste diëten. Vroeg of laat gaan ze echter weer gewoon eten en dan komen de kilo’s terug. Blijvend afvallen is moeilijk omdat we doorlopend lekkere dingen voorgeschoteld krijgen en zelden worden gedwongen om te bewegen.” Een praktisch advies -naast vele andere- in dit verband: „Kinderen moeten bewegen en niet naar een scherm staren.”

Ontbijt
Dat mensen de dag moeten beginnen met een ontbijt, is een stelling die Katan nuanceert. Hoe slecht het overslaan van het ontbijt is, hangt volgens hem af van wat je later op de dag eet. „Een volkorenboterham om zeven uur is natuurlijk gezonder dan een gevulde koek om halfelf.” Wie om zeven uur geen brood door zijn keel krijgt, adviseert hij om boterhammen naar het werk mee te nemen en later te ontbijten. Met muesli wordt dat natuurlijk wel iets lastiger. Tegelijk wijst hij erop dat het wel nodig is om minimaal vier boterhammen per dag te eten. Het toegevoegde zout in brood bevat namelijk extra jodium. „Zonder jodium uit brood kun je er een tekort aan krijgen, zeker als je geen vis eet.”

Ook het broodbeleg krijgt de nodige aandacht. Wat in dit verband opvalt, is dat Katan de link tussen vleeswaren en een verhoogd risico op darmkanker niet noemt, terwijl twee grote epidemiologische studies daarvoor aanwijzingen bieden.

Is wat u hierover schrijft niet wat magertjes? Katan: „Dat was een moeilijke beslissing. Het meest recente rapport van het Wereld Kanker Onderzoeks Fonds merkt vlees en vleeswaren inderdaad aan als een duidelijke risicofactor voor het ontstaan van darmkanker. Ik maak slechts kort melding van het gevonden verband omdat de kennis daarover mijns inziens toch nog vrij gebrekkig is. We hebben niet echt inzicht hoe dat risico tot stand komt. Ik vind het daarom nog te vroeg om nu tegen mensen te zeggen: Doe vooral geen vleeswaren op je brood, want daar krijg je kanker van. Laten mensen eerst maar rekening houden met dingen die we wel redelijk zeker weten.”

Maar waarom hebt u dat niet opgeschreven? „Het leeft in Nederland niet zo, dit onderwerp. Mensen geloven eerder dat je kanker krijgt van bestrijdingsmiddelen op appels dan van het eten van rood vlees en vleeswaren. Ik heb in mijn boek vooral energie gestoken in het ontzenuwen van dingen die niet waar zijn.”

Het verband met darmkanker geldt ook voor rood vlees (rund-, varkens-, en lamsvlees) en dat noemt Katan wel. Ook verwerkt hij dit gegeven in zijn advies om een paar keer per week een bescheiden stukje vlees te eten en dit af te wisselen met vis, kip of een vegetarische hap.

Reclame
Het begrip ”natuurlijk” is volgens Katan een veelgebruikte reclameterm die niets zegt over het al dan niet gezond zijn van een product. „Écht natuurlijk eten zou niet gezond zijn, want de natuur zit vol vergif.” Ook de term ”plantaardig” is niet synoniem met gezond. „Plantaardige vetten zoals palmolie bevatten namelijk veel verzadigde vetzuren en die zijn niet goed voor je cholesterolgehalte.”

Met de gewoonte van voedingsmiddelenproducenten om op levensmiddelen te zetten dat ze gemaakt zijn in een bedrijf waar ook pinda’s of noten zijn verwerkt, heeft Katan weinig op. „Ze zetten het er alleen maar op om zich in te dekken tegen aansprakelijkheidsstelling. Het staat op veel producten waar waarschijnlijk helemaal geen pinda in zit. Gevolg is wel dat je heel veel niet meer mag eten als je allergisch bent voor pinda’s. Dat leidt tot tekorten aan vitamines en mineralen en tot verstoring van de groei bij kinderen.”

Katan biedt de lezers van zijn boek veel makkelijk leesbare en begrijpelijke informatie. Een lange lijst van bronnen, een opsomming van betrouwbare websites en een trefwoordenregister maken het boek compleet. Jammer is dat de auteur op diverse plaatsen in zijn boek voetstoots uitgaat van de evolutie als feit en niet slechts als theorie. Ook wat dit betreft zou een scheiding tussen feiten en fabels interessant leesvoer kunnen opleveren, maar dat valt uiteraard buiten het bestek van de voedingswetenschap.

Mede n.a.v. ”Wat is nu gezond? Fabels en feiten over voeding”, door prof. dr. Martijn B. Katan; uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 2008; ISBN 978 90 351 3133 0; 200 blz.; € 14,95

——————

Geen hoge pet op van media
Voedingsonderzoek is volgens Katan een vak vol voetangels en klemmen. „Dit soort studies verloopt vaak moeizaam en de resultaten zijn gebrekkiger dan een buitenstaander zou denken. Dat komt doordat het menselijk lichaam onvoorstelbaar ingewikkeld en subtiel in elkaar zit, reden waarom wij onderzoekers er vaak naast zitten. Nieuwe bevindingen dwingen ons in dat geval om eerdere ’ontdekkingen’ te herzien of zelfs in te trekken. Aan het front van de wetenschap heerst chaos en tegenspraak. Het zou beter zijn als onderzoekers hun nieuwe bevindingen tien jaar lieten afkoelen voordat we ze aan de media en het grote publiek prijsgaven. Maar zo werkt dat helaas niet.”

Katan heeft geen al te hoge pet op van de media als het gaat om nieuws op zijn vakgebied. „Je kunt in tijdschriften of kranten wel lezen wat je moet eten en drinken, maar die adviezen berusten vaak meer op geloof en commercie dan op wetenschap.” Een vergelijking tussen Amerika en Nederland valt als het aan Katan ligt niet bijster positief uit voor de vaderlandse pers, vooral als het gaat om algemene verslaggevers met weinig achtergrondkennis. „Amerikaanse journalisten checken hun informatie veel meer. In Nederland is de werkwijze vaak: Professor die en die heeft iets gezegd en de journalist schrijft dat op. Als het niet klopt, is het de schuld van de hoogleraar. Het gevolg is dat je op maandag kunt lezen dat je ergens kanker van krijgt, dat op dinsdag iemand in de krant het tegenovergestelde roept en dat op woensdag de consument zegt: Gooi het maar in mijn pet.”

Een kritischer houding kan geen kwaad, wat u betreft? „Het feit dat iemand onderzoek heeft gedaan, betekent niet dat hij de waarheid in pacht heeft. Als onderzoeker wil je graag met resultaten naar buiten komen. Je moet nu eenmaal scoren en je universiteit en subsidiegever ook. Daar zouden journalisten wel eens wat meer rekening mee mogen houden. Dat staat nog los van de vraag of iemand commercieel beïnvloed is of niet. Dat is een probleem op zich. Er zijn pr-bureaus die er hun broodwinning van maken om zaken voor bedrijven in de media te krijgen.”

bron: Reformatorisch Dagblad

Google Adwords en Positie Targeting

zondag, 13 januari 2008

Ga als volgt te werk om een nieuwe campagne met positie targeting te maken:

1. Meld u aan bij uw AdWords-account op https://adwords.google.nl.
2. Klik op de pagina Overzicht van de campagnes op Positie targeting in het gedeelte Nieuwe campagne maken boven aan de pagina. Met deze link gaat u naar de aanmeldingswizard voor campagnes met positie targeting.

I. Een campagne en een advertentiegroep maken

1. Geef een naam op voor de nieuwe campagne.
2. Geef een naam op voor de eerste advertentiegroep.
3. Selecteer uw doeltaal of doeltalen. (De talen die door uw klanten worden gesproken.)
4. Selecteer de geografische gebieden waar u wilt adverteren.
5. Klik op Doorgaan.

Volg de aanwijzingen op de volgende pagina om de gebieden te selecteren waar uw advertentie wordt weergegeven en klik op Doorgaan.

II. Een advertentie maken

Ga als volgt te werk om een beeldadvertentie te maken:
1. Klik op de link Beeldadvertentie boven aan de pagina.
2. Gebruik Bladeren om de beeldadvertentie op de computer te zoeken en te uploaden.
3. Geef de afbeelding een naam.
4. Geef de URL op die bij de advertentie wordt weergegeven.
5. Geef de bestemmings-URL op. Dit is de pagina die wordt weergegeven wanneer gebruikers op uw advertentie klikken.
6. Vink het selectievakje aan waarmee u Google toestemming geeft het formaat van uw advertentie, indien nodig, aan te passen.
7. Klik op Doorgaan.

Ga als volgt te werk om een tekstadvertentie te maken:
1. Geef een kop op.
2. Geef de tekst voor de twee beschrijvingsregels van uw advertentie op.
3. Geef de URL op die bij de advertentie wordt weergegeven.
4. Geef de bestemmings-URL op. Dit is de pagina die wordt weergegeven wanneer gebruikers op uw advertentie klikken.
5. Klik op Doorgaan.

U kunt later extra advertenties maken zodra u de campagne heeft gemaakt.

III. Posities identificeren en selecteren

Advertenties met positie targeting worden alleen weergegeven op inhoudssites die u heeft geselecteerd in het Google Netwerk. Op de volgende pagina wordt beschreven hoe u de sites en posities binnen deze sites waarop uw advertenties worden weergegeven, kunt identificeren en selecteren. U kunt het Hulpprogramma voor posities op vier manieren gebruiken om sites te identificeren: URL’s weergeven, Onderwerpen beschrijven, Door onderwerpen bladeren en Demografische categorieën selecteren. Hieronder vindt u instructies voor elk van deze manieren:

- URL’s weergeven. Voer de URL’s in van sites waarop u wilt adverteren of die het type sites vertegenwoordigen waarop u wilt adverteren. U kunt domeinen, zoals voorbeeld.nl, of afzonderlijke pagina’s, zoals voorbeeld.nl/onderdeel, invoeren. Klik vervolgens op Beschikbare sites ophalen. Als de opgegeven sites deel uitmaken van het inhoudsnetwerk van Google, kunt u deze selecteren voor uw advertenties. Zo niet, dan wordt er een bericht weergegeven dat deze sites niet beschikbaar zijn. In het AdWords-systeem wordt op basis van de sites en zoekwoorden die u opgeeft, een lijst gegenereerd met andere inhoudssites in het Google Netwerk die mogelijk relevant zijn voor uw advertenties.

- Onderwerpen beschrijven. Voer onderwerpen in die verband houden met de inhoud van uw advertenties. Voorbeeld: voetbalschoenen, chocolade of auto-onderdelen. Klik vervolgens op Beschikbare sites ophalen en maak een keuze uit de lijst met sites die verband houden met deze onderwerpen.

- Bladeren in onderwerpen. Doorzoek onderwerpen zoals Amusement en subonderwerpen zoals Films of Muziek. Klik op het enkele onderwerp of het subonderwerp dat het beste bij uw advertentie past en selecteer vervolgens in de lijst de sites die het beste bij dat onderwerp aansluiten. Voor de beste resultaten kiest u het beschikbare subonderwerp die het beste overeenkomt met uw advertentie.

- Demografische categorieën selecteren. Kies het publiek waarop u zich wilt richten door maximaal drie van de weergegeven demografische categorieën te selecteren. Beschikbare demografische categorieën zijn onder meer geslacht, leeftijd en gezinsinkomen. Kies de gewenste demografische categorieën en klik vervolgens op Beschikbare sites ophalen om een keuze te maken uit een lijst met sites die verband houden met deze demografische categorieën.

Bij elk van deze methoden wordt onder het Hulpprogramma voor posities een lijst weergegeven met maximaal 100 beschikbare sites. De lijst Vertoningen per dag bij elke site is een schatting van het aantal paginaweergaves dat deze site op een bepaalde dag genereert. Omdat het aantal sitevertoningen afhankelijk is van een groot aantal factoren en daarom van dag tot dag kan verschillen, kan het aantal beschikbare vertoningen niet exact worden voorspeld. In plaats daarvan is dit aantal een schatting van de beschikbare vertoningen voor alle geselecteerde sites. Op basis hiervan kunt u bepalen of u genoeg sites heeft geselecteerd om uw reclamedoelstellingen te verwezenlijken.

Het maximale aantal vertoningen per dag is een schatting van de totale paginaweergaven voor elke site, niet het aantal vertoningen voor uw advertentie. Het totale aantal vertoningen voor uw advertentie is afhankelijk van het budget, de populariteit van de site voor andere advertenties met positie targeting, zoekwoord targeting en andere factoren.

U ziet ook een kolom met pictogrammen die aangeven of de betreffende site tekstadvertenties, beeldadvertenties, videoadvertenties of een combinatie van deze drie plaatst. Om te zien welke advertentieafmetingen op elke site voor die indeling beschikbaar zijn, beweegt u de muisaanwijzer over een pictogram. Klik op de link Indelingen kiezen om alleen sites weer te geven met ten minste één van de advertentie-indelingen waarnaar u zoekt. Klik op de link, selecteer de gewenste indelingen en afmetingen in het pop-upvenster en klik op OK. Er wordt een nieuwe lijst gegenereerd met sites die zijn gefilterd op de door u gewenste indeling. Voor meer informatie over advertentie-indelingen gaat u naar het volgende artikel in het Helpcentrum: https://adwords.google.com/support/bin/answer.py?answer=48375&hl=nl_NL.

Klik op Toevoegen naast een weergegeven website om deze site toe te voegen aan uw lijst met gewenste sites. U kunt alle sites selecteren door op Alle 100 toevoegen te klikken. We raden u aan elk van de vier methoden te gebruiken om sites te zoeken, zodat u de best overeenkomende sites vindt. Wanneer u van de ene methode overstapt naar de volgende, worden uw selecties opgeslagen. Wanneer u een aantal sites heeft geselecteerd, verschijnt de link Soortgelijke sites zoeken onder uw geselecteerde sites. Als u op deze link klikt, analyseert het AdWords-systeem de selecties die u eerder heeft gemaakt en gebruikt deze om gerelateerde of vergelijkbare sites te vinden.
U kunt het proces vervolgens herhalen door deze sites te gebruiken om meer beschikbare sites te genereren. Wanneer u tevreden bent met uw lijst met doelsites, klikt u op Doorgaan om verder te gaan.

IV. Prijsmodel, dagelijkse budget en maximum bod instellen

Zodra u sites heeft geselecteerd, komt u op een pagina met de titel Kies een prijsmethode. Hier kunt u kiezen of u wilt bieden voor elke duizend vertoningen van uw advertentie (CPM-bieden) of voor elke klik op uw advertentie (CPC-bieden). Kies de optie van uw voorkeur en klik op Doorgaan.

Zie het volgende onderwerp in het Helpcentrum voor hulp bij het kiezen van een biedtype: https://adwords.google.com/support/bin/answer.py?answer=54411&hl=nl_NL.

Op de volgende pagina, in het vak Geselecteerde sites, ziet u het geschatte aantal dagelijkse paginaweergaves dat beschikbaar is voor alle sites die u heeft geselecteerd. Dit staat voor het totaal aantal vertoningen waarop alle adverteerders kunnen bieden. Uw advertentie wordt op slechts een aantal van deze vertoningen weergegeven, afhankelijk van het bedrag dat u instelt. Als het beschikbare aantal vertoningen te laag of te hoog lijkt, klikt u op de knop Terug onder aan de pagina om terug te gaan naar het Hulpprogramma voor posities, waar u sites kunt toevoegen of verwijderen.

Wanneer u tevreden bent met de beschikbare vertoningen, geeft u uw dagbudget op in het weergegeven vak. Het dagbudget is het hoogste bedrag dat u per dag bereid bent te betalen voor de hele campagne. Geef een maximum CPM (prijs per duizend vertoningen) of CPC (prijs per klik) op voor uw sites in deze advertentiegroep. De minimale maximum CPM is €0,25 of dit bedrag in de lokale valuta. (Voor het bepalen van dit bedrag in uw lokale valuta gaat u naar de pagina Accountkosten en betalingsopties op https://adwords.google.nl/select/AfpoFinder.) Klik op Doorgaan.

Controleer uw selecties en bewerk deze desgewenst. Als u tevreden bent, klikt u op Campagne opslaan. Uw nieuwe campagne met positie targeting is nu klaar.

Bezoek ons Helpcentrum voor meer informatie over adverteren met positie targeting: https://adwords.google.com/support/bin/topic.py?topic=342&hl=nl_NL.

Als u nog verdere vragen hebt, kunt u ons Helpcentrum bezoeken op https://adwords.google.nl/support waar u antwoorden vindt op veelgestelde vragen. Raadpleeg ook ons Informatiecentrum op http://www.google.nl/adwords/learningcenter/ waar lessen over AdWords worden aangeboden, die u op uw gemak kunt doornemen.

Voor het laatste nieuws, informatie en tips leest u het officiële Nederlandse AdWords Blog, “Inside AdWords”, op www.google.nl/adwords/blog.

Wilt u meer leren over AdWords? Kijk op onze Webinar kalender! U kunt gratis online seminars bijwonen, verzorgd door AdWords experts over verschillende onderwerpen, zodat u zoveel mogelijk kunt halen uit uw AdWords account. http://www.google.com/intl/nl/adwords/webinars/

bron: Google Adwords

Weightwatchers Punten Calculator

vrijdag, 11 januari 2008

Ben jij op dit moment bezig met het Weightwatchers® programma? Dan moet je van alles wat je eet punten tellen. We hebben een puntenlijst voor je beschikbaar. Maar het is nog makkelijker het aantal punten per product eenvoudig te berekenen met de Weightwatchers® puntencalculator van vetvrij.com

Klik op de afbeelding hieronder om de Weightwatchers® punten calculator te gebruiken.

© vetvrij.com

Calorieën Teltabel

donderdag, 3 januari 2008

Ben jij benieuwd hoeveel calorieën je per dag naar binnen werkt? Dan moet je natuurlijk eerst weten hoeveel calorieën er in een product zitten. Om je hiermee een handje te helpen hebben de we Calorieën Teltabel voor je gemaakt. Hoe werkt het?

Je selecteert eerst alle gebruikte voedingsmiddelen en sluit elke keer af met subtotaal, kies vervolgens voor totaal. Bij de berekening gaan we uit van gemiddelde voedingswaarden. Er zit namelijk nogal wat variatie in de aanwezige voedingsstoffen.

Een volwassen vrouw heeft in princiepe 2000 kcal per dag nodig, Bij een volwassen man is dat 2500 kcal per dag. Met behulp van onze vetvrij teltalebel precies uitrekenen hoeveel calorieen er in je voeding zitten.

Welke gegevens worden gebruikt?

De meeste gegevens komen uit de NEVO-tabel 1996. Daarnaast worden een aantal gegevens uit rapporten van instituten gebruikt. Ook worden gegevens door de producenten verstrekt. Bij de hoeveelheden worden de maten en gewichten gebruikt die overeenkomen met gemiddelde porties

klik op de afbeelding hieronder om de Calorieën Teltabel te raadplegen.

© vetvrij.com

Nachtrust

dinsdag, 1 januari 2008

Wat is slaap en waarom slapen we Hoewel de afgelopen 50 jaar de kennis over slaap enorm is toegenomen is nog steeds niet helemaal duidelijk waarom we zo ongeveer 1/3 van ons leven slapend doorbrengen.

Slaap wordt omschreven als een dagelijks terugkerende toestand waarin lichaam en geest tot rust komen. Tijdens de slaap treden allerlei veranderingen op in het lichaam. Veel van onze spieren ontspannen zich en de hersengolven vertragen. Net als de hartslag en de ademhaling. De hersenen blokkeren alle prikkels van buiten waardoor ons bewustzijn verlaagd en we afgesloten raken van de buitenwereld. Deze verregaande maatregelen die de natuur heeft genomen om slapen mogelijk te maken ondersteunen de gedachte dat slaap, net als eten, een eerste levensbehoefte is.

Het idee dat slaap dient voor herstel van lichaam en geest lijkt logisch maar is niet helemaal waar. Zowel onze hersenen als ons lichaam blijven actief tijdens de slaap. De hartspier bijvoorbeeld stopt niet om te rusten. Slaap, en met name de droomslaap, kost ook energie.

Een goede manier om de betekenis van slaap te begrijpen is door te kijken wat er gebeurt als we niet of te weinig slapen. Slaapgebrek blijkt het functioneren van onze hersenen sterk te beïnvloeden. Het tast ons geheugen, ons concentratievermogen, ons spraakvermogen, onze reactiesnelheid en besluitvaardigheid en ons gevoel voor tijd en ruimte (planningsvermogen) aan. Daarnaast beïnvloedt het onze emoties en fysieke gezondheid.

Slaapschuld Hoe langer je wakker bent hoe meer behoefte je krijgt aan slaap. Het is een drijvende kracht van de natuur, net als honger. Als je lang niet gegeten hebt, krijg je aandrang te eten. Op dezelfde manier bouwen we naarmate we langer wakker zijn een grotere behoefte op om te gaan slapen. Dit noemen we ‘slaapschuld’. Zodra je wakker wordt gaat de meter als het ware tellen. Als je overdag actief bezig bent geweest, heb je ’s avonds een voldoende hoge slaapschuld om goed te kunnen slapen.

 

Slaapcyclus Sterk vereenvoudigd kan je zeggen dat de nacht opgedeeld kan worden in 5 slaapcycli van elk 90 tot 120 minuten. Deze cycli hebben allemaal dezelfde opbouw en volgen elkaar gedurende de nacht op.

Eén cyclus bestaat uit 5 fasen. Deze fasen worden onderscheiden door de mate van hersenactiviteit en oogbeweging (Eye Movement).
Bij fase 1 t/m 4 is de oogbeweging langzaam. Deze fasen heten dan ook Non Rapid Eye Movement (NREM). Alleen in de laatste fase is er snelle oogbeweging, Rapid Eye Movement, vandaar de naam remslaap.

De fasen 1 en 2 worden wel de lichte slaap genoemd.

Fase 1 (NREM1)
Dit is de overgangsfase tussen waken en slapen. De oogbeweging wordt langzaam. Je hebt moeite je ogen open te houden en valt uiteindelijk in slaap. De hersenactiviteit neemt langzaam af. Deze periode duurt 1 tot 3 minuten. Dat is voor een nacht met 5 slaapcycli 2 tot 5% van de totale slaap.

Fase 2 (NREM2)
Dit is het begin van de echte slaap. Maar de slaap is nog licht. Je wordt niet meer van elk geluid wakker, maar als je wordt gewekt in deze fase heb je nog niet het gevoel diep geslapen te hebben.
Deze periode duurt ongeveer 42 tot 54 minuten. Dat is voor een nacht met 5 slaapcycli 45 tot 55% van de totale slaap.

De fasen 3 en 4 worden wel de diepe slaap genoemd.

Fase 3 (NREM3)
Dit is de overgangsfase naar de diepe slaap. Je ademhaling wordt helemaal regelmatig, je hartritme daalt, je spieren raken totaal ontspannen. Deze fase duurt 3 tot 8 minuten. Dat is voor een nacht met 5 slaapcycli 3 tot 8% van de totale slaap.

Fase 4 (NREM4)
Dit is de fase van de echte diepe slaap. Ademhaling en hartritme zijn op zijn laagst. Als je uit deze slaap gewekt wordt ben je gedesoriënteerd en heb je tijd nodig om je te realiseren waar je bent. Deze fase zorgt voor fysiek herstel. Deze fase duurt ongeveer 15 tot 18 minuten en maakt bij een nacht met 5 slaapcycli 15 tot 20% van de totale slaap uit.

Fase 5 wordt wel de droomslaap genoemd.

Fase 5 (REM slaap)
In deze fase zijn er snelle oogbewegingen en is er sprake van grote hersenactiviteit. De hersenen zijn actief met dromen, het verwerken van informatie en allerlei geheugenfuncties. Lichamelijk gebeurt er ook van alles; de spieren van armen en benen zijn totaal ontspannen en nagenoeg verlamd, de ademhaling en hartslag zijn onregelmatig en de bloeddruk stijgt. Tijdens de droomslaap vindt dus grote activiteit van lichaam en geest plaats. Deze fase kost dan ook energie.
De remslaap duurt ongeveer 18 tot 24 minuten. In een nacht met 5 slaapcycli beslaat de remslaap ongeveer 20 tot 25 % van de totale slaap.

Na elke remslaapfase ontwaak je doorgaans kort (vaak onbewust) en begint de hele slaapcyclus van lichte slaap naar diepe slaap naar droomslaap weer van vooraf aan.

 

Kernslaap en restslaap De totale slaap van een nacht is opgebouwd uit 4 a 5 slaapcycli. In het begin van de nacht zijn de fases van diepe slaap het langst. Op het eind van de nacht neemt juist het aandeel van de lichte slaap en de droomslaap toe.
De eerste 4 tot 5 uur van de slaap, ofwel de eerste 3 slaapcycli, wordt kernslaap genoemd omdat hier vrijwel alle diepe slaap optreedt en een groot deel van de droomslaap. Dit zijn de twee slaapfasen die van essentieel belang zijn voor de kwaliteit van de nachtrust. De diepe slaap zorgt voor fysiek herstel. De droomslaap heeft als functie onze geest te verfrissen en ervaringen die we tijdens de dag hebben opgedaan te verwerken.
De overige slaap wordt restslaap genoemd omdat we niet precies weten wat de betekenis ervan is.

 

Hoeveel slaap heb je nodig De hoeveelheid slaap die iemand nodig heeft verschilt van persoon tot persoon. Er zijn mensen die met weinig slaap toekunnen en er zijn mensen die veel slaap nodig hebben. Het is een fabeltje dat iedereen 8 uur slaap per nacht nodig heeft. Of je genoeg slaapt is eigenlijk het best te bepalen aan de hand van hoe je je overdag voelt.

Over het algemeen kun je zeggen dat de kwaliteit van de slaap belangrijker is dan de hoeveelheid slaap. Met 4 tot 5 uur slapen is de kernslaap behaald en de basis voor geestelijke en fysiek herstel gelegd. Toch voelt lang niet iedereen zich uitgerust na 4 tot 5 uur slapen. Dat komt door onze manier van leven.

In onze maatschappij worden we beloond voor inspanning, niet voor ontspanning. We ‘moeten’ van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat van alles. Dat leidt ertoe dat we in onze dag steeds minder tijd inruimen voor ontspanning. Deze manier van leven leidt tot een hoge hersenactiviteit. Mensen die slecht slapen hebben zowel overdag als ’s nachts een hogere hersenactiviteit dan goede slapers. Voor hen is het belangrijk de hersenactiviteit te vertragen. Door regelmatig overdag rust te nemen en voor het naar bed gaan enige tijd ‘niets’ meer te doen kan je dat bewerkstelligen.
Een goede kernslaap in combinatie met goede lichamelijke en geestelijke ontspanning door de dag is dus voldoende voor herstel. De kans is groot dat je er op die manier beter tegen kunt als je ten minste de 4 tot 5 uur kernslaap per nacht haalt.

Slaap en leeftijd De hoeveelheid slaap die je nodig hebt hangt niet alleen van je persoonlijke behoefte af maar wordt ook beïnvloed door je leeftijd.
Baby’s slapen ongeveer 16 tot 18 uur. Dat neemt dan geleidelijk af tot je in de twintig bent. Tijdens de puberteit is er overigens een tijdelijke toename van de slaapbehoefte. Deze wordt door pubers meestal genegeerd. Op oudere leeftijd neemt de duur van de nachtslaap vaak af maar als je de dutjes overdag meerekent is er nauwelijks verschil in de totale hoeveelheid slaap, opgeteld over de 24 uur.
Er zijn nog meer verschillen. Hoe diep je slaapt is ook afhankelijk van leeftijd. Kinderen slapen dieper dan volwassenen. Vooral in het begin van de nacht. Ouderen slapen minder diep. Vanaf ongeveer je veertigste wordt de diepe slaapfase geleidelijk steeds korter. Bij ouderen is die er vaak nauwelijks meer. Bovendien liggen zij ’s nachts vaker en langer wakker en hebben ze minder remslaap.

Leeftijd
in jaren
aantal
uren
slaap
baby     16
2-4       13
5-9                                                                                                 11
10-12 10
13-24 9
25-49 7,5
>50 6
| | | | | |
20.00 24.00 4.00 8.00 12.00 16.00 uur

Overzicht van gemiddeld aantal uren slaap per etmaal bij verschillende leeftijden. De donkerblauw ingekleurde hokjes geven slaap aan, de lichtblauwe hokjes wakker in bed.

 

Vrouwen en slaap Vrouwen zijn vaker slechte slapers dan mannen. Hoe komt dit?
Er zijn zowel hormonale als psychosociale verschillen tussen mannen en vrouwen. De wisselende hormoonspiegels van oestrogenen en progesteron beïnvloeden de slaap tijdens de menstruatie cyclus, de zwangerschap en de overgang. Over het algemeen kan men zeggen dat oestrogenen de hoeveelheid remslaap verhogen en dat progesteron zorgt voor een slaperig en vermoeid gevoel.
Vlak voor de menstruatie vindt er een grote daling van progesteron plaats. Dit kan er voor zorgen dat de slaap onrustig wordt. Dit geldt echter niet voor alle vrouwen. Er zijn grote individuele verschillen. Factoren die meespelen bij de verschillen tussen vrouwen onderling zijn gevoeligheid voor of verschillen in de schommelingen in hormoonspiegels, stemming, stress, ziekte, medicatie, leefwijze en voeding.

In de eerste drie maanden van de zwangerschap leiden de grote hoeveelheden progesteron tot een gevoel van slaperigheid en langer slapen. Aan de andere kant worden vrouwen ’s nachts vaker wakker om naar het toilet te gaan. In de maanden 4-6 wordt het langzaam moeilijker om lekker te liggen. Met name in de laatste drie maanden van de zwangerschap ontstaan de meeste slaapproblemen. Maagzuur, spierkrampen, rusteloze benen en de groter wordende baby kunnen de slaap verstoren. Na de bevalling is de nachtslaap verstoord door het slaapritme van de baby, vooral in geval van borstvoeding. Dit slaapritme is opgebouwd uit vele korte slaapperioden die onderbroken worden door waak om te eten. Vaak leidt dit tot slaperigheid overdag bij de moeder. Zij kan dan ook het beste proberen te slapen als het kind dat ook doet, ook ‘s middags.

In de overgang dalen zowel oestrogenen als progesteron en dat veroorzaakt vaak een slechtere slaap. De verandering in oestrogeen spiegels leidt bij 75-85% van de vrouwen tot opvliegers, een onverwacht gevoel van warmte en zweten. Voor de opvlieger stijgt de lichaamstemperatuur waardoor men wakker wordt. Vrouwen met opvliegers hebben dan ook een meer gestoorde slaap dan vrouwen zonder opvliegers. Slaapapneu komt ook vaker voor bij vrouwen in de overgang.

Behalve bovengenoemde hormonale verschillen tussen mannen en vrouwen zijn er ook psychosociale verschillen tussen beiden seksen. Zo slapen vrouwen bijvoorbeeld vaker alerter als er kinderen zijn. Deze verhoogde waakzaamheid zou ook een reden kunnen zijn waarom vrouwen vaker slechte slapers zijn dan mannen.

naar boven

Slaapstoornissen Afhankelijk van het soort klachten zijn slaapstoornissen in te delen in twee categorieën: primaire en secundaire stoornissen.
Bij primaire stoornissen vormt het slaapprobleem het hoofdprobleem en wordt het niet veroorzaakt door lichamelijke of psychologische problemen. Bij secundaire stoornissen is er een directe samenhang tussen het slechte slapen en een psychisch probleem (vooral depressie en angst) of klachten als pijn en jeuk door een lichamelijke ziekte (reuma, diabetes, schildklieraandoeningen, kanker).

Over de primaire slaapstoornissen is meer te vertellen. Het zijn stoornissen die niet direct door een psychische of lichamelijke ziekte worden veroorzaakt. Ze worden weer onderverdeeld in twee groepen: de parasomnieën en dyssomnieën.

Bij parasomnieën doen zich tijdens de slaap ongewenste verschijnselen en/of gedragingen voor zoals slaapwandelen, nachtmerries, tandenknarsen en praten in de slaap.

Bij dyssomnieën gaat het om een groep van stoornissen die te maken hebben met de kwaliteit van de slaap, de lengte van de slaap en de tijdstippen van inslapen en wakker worden.
We onderscheiden de volgende dyssomnieën.

  1. Slapeloosheid doordat men moeite heeft met het in- en doorslapen.
    Dit wordt wel ‘insomnie’ genoemd. Je slaapt te kort omdat je moeilijk kan inslapen, ’s nachts vaak wakker wordt en/of ’s ochtends veel te vroeg wakker wordt en niet meer inslaapt.
  2. Daartegenover staan stoornissen waarbij je teveel slaapt, de zogenaamde ‘hypersomnieën’.
    De belangrijkste klacht bij stoornissen van het teveel slapen is dat je overdag slaperig bent en moeilijk wakker kunt blijven, ook al slaap je ’s nachts en vaak ook overdag veel. De 3 hypersomnieën die het meest voorkomen zijn slaapapneu, beentrekkingen en narcolepsie.

    Slaapapneu
    Het slaapapneu syndroom kenmerkt zich doordat mensen overdag om de haverklap in slaap vallen en ’s nachts heftig snurken met ademstilstanden gedurende 10 seconden of meer. Deze ademstilstanden kunnen vaak voorkomen gedurende de nacht en belemmeren dat de persoon in kwestie in een diepe slaap komt. Het gevolg is niet alleen extreme vermoeidheid en slaperigheid overdag, maar ook vergeetachtigheid en concentratiestoornissen. De behandeling bestaat uit (indien nodig) vermageren, het vermijden van slapen in rugligging, en het vermijden van alcohol. Ga naar je huisarts als deze klachten herkent.

    Beentrekkingen tijdens het in slaap vallen of de slaap zelf.
    Hierbij gaat het enerzijds om mensen die niet kunnen inslapen omdat ze hun benen maar niet stil kunnen houden (rusteloze benen syndroom ofwel restless legs, RLS) en anderzijds aan periodieke beentrekkingen tijdens de slaap (periodic limb movement disorder, PLMD). Bij RLS weet de persoon in kwestie van de trekkingen af. Ze treden in de avond op, verergeren tijdens rust en verminderen als men zich kan bewegen. Bij PLMD is het vooral de partner die de schokken in de benen opvalt tijdens de slaap van de ander. Ga naar je huisarts als je deze klachten herkent.

    Narcolepsie
    Narcolepsie is een zeldzame stoornis die wordt gekenmerkt door onbedwingbare slaapaanvallen overdag en aanvallen van kortdurende spierverslapping, meestal bij onverwachte emoties zoals woede of schrik. De slaapaanvallen doen zich regelmatig voor en het waken gaat dan direct over in droomslaap. Daarbij kunnen hallucinaties optreden: levendige, vaak angstige dromen, die een voorzetting zijn van de gebeurtenissen die direct aan de slaapaanval vooraf gingen. De belangrijkste behandeling bij narcolepsie is medicatie in combinatie met leefregeladviezen.

  3. Verstoringen van het slaap-waak ritme. Bij stoornissen van het slaap-waak ritme is er sprake van een verstoring van de biologische klok. Mensen hebben moeite met wakker blijven of wakker worden en kunnen niet in- of doorslapen op het door hen gewenst tijdstip van het etmaal. De inwendige biologische klok kan om verschillende redenen ontregeld raken. Bijvoorbeeld door onregelmatige leefwijze (uitslapen op vrije dagen), ploegendienst of vliegreizen met overschrijding van meerdere tijdzone (jet lag). Ook medicijn- en drugsgebruik kan van invloed zijn.

De vicieuze cirkel van slapeloosheid Langdurig slecht slapen ontwikkelt zich geleidelijk en wordt meestal veroorzaakt door een complex van factoren. Soms lijkt er ooit een duidelijke aanleiding te zijn geweest zoals bijvoorbeeld emotionele problemen rondom het verlies van werk of een dierbaar persoon. Gaandeweg echter raakt zo’n aanleiding op de achtergrond of verliezen de emotionele problemen hun scherpe kanten en blijkt het slechte slapen te blijven bestaan. Je bent dan in een vicieuze cirkel beland waar er allerlei factoren zijn die dat slechte slapen in stand houden.

In onderstaande figuur wordt die vicieuze cirkel schematisch weergegeven. Het slechte slapen roept gevoelens van frustratie en soms ook angst op (‘als ik niet slaap dan kan ik niet functioneren morgen’). Dit piekeren en malen leidt tot lichamelijke spanning en verkeerde slaapgewoonten zoals extra lang in bed blijven liggen, overdag slaap in halen en het gebruik van bijvoorbeeld alcohol en slaappillen. Deze verkeerde gedragingen houden het slechte slapen in stand en de cirkel is daarmee rond.

 

De vicieuze cirkel van slapeloosheid. Slecht slapen leidt tot stress, angst en zorgen. Dit leidt weer tot lichamelijke inspanning. Dit leidt weer tot verkeerde slaapgewoonten/leefwijze, waardoor je weer slechter gaat slapen, enzovoort

 

De vicieuze cirkel van slapeloosheid. Slecht slapen leidt tot stress, angst en zorgen. Dit leidt weer tot lichamelijke inspanning. Dit leidt weer tot verkeerde slaapgewoonten/leefwijze, waardoor je weer slechter gaat slapen, enzovoort

 

De vicieuze cirkel van slapeloosheid. Slecht slapen leidt tot stress, angst en zorgen. Dit leidt weer tot lichamelijke inspanning. Dit leidt weer tot verkeerde slaapgewoonten/leefwijze, waardoor je weer slechter gaat slapen, enzovoort

 

De vicieuze cirkel van slapeloosheid. Slecht slapen leidt tot stress, angst en zorgen. Dit leidt weer tot lichamelijke inspanning. Dit leidt weer tot verkeerde slaapgewoonten/leefwijze, waardoor je weer slechter gaat slapen, enzovoort

De biologische klok Ons leven is ingesteld op een 24-uurs-ritme: de wisseling van licht en donker, die wordt veroorzaakt door de omwenteling van de aarde om haar as in het licht van de zon. Veel processen in ons lichaam vertonen dit zelfde ritmische verloop in een periode van 24 uur. We hebben een zogenaamde biologische klok die deze 24-uurs ritmen regelt.

Deze biologische klok functioneert mede onder invloed van licht. Er zijn experimenten bekend waarbij vrijwilligers zich dagen en nachten lang in volkomen donkere en geluiddichte ruimtes lieten opsluiten. Elke mogelijkheid om de tijd te schatten ontbrak. Het bleek dat de meeste mensen een iets langer ritme dan 24 uur hadden, namelijk tussen de 24,5 en 25,5 uur. Onder invloed van allerlei signalen uit je omgeving wordt je biologische klok steeds weer bijgesteld op het werkelijk dag-nachtritme van 24 uur. Hierbij is de invloed van licht heel belangrijk, maar ook sociale factoren als de wekker ‘s ochtends en de regelmaat in dagelijkse werkzaamheden.

Niet alleen ons dag-nacht ritme maar ook een enorm scala aan biologische processen in ons lichaam wordt beïnvloed door onze biologische klok. Voorbeelden hiervan zijn de hormoonspiegels van groeihormonen als prolactine en cortison en je lichaamstemperatuur. Ook speelt je biologische klok een grote rol bij het in stand houden van je waakzaamheid. Hierdoor kun je op bepaalde tijdstippen van de dag beter wakker blijven dan op andere. Dit wordt tijdsafhankelijke waakzaamheid genoemd. Deze is het hoogst rond 9.00 uur en 21.00 uur en het laagst rond 15.00 uur (de na-de-lunch-dip) en 3.00 uur.

 

Ochtend- en avondmensen De biologische klok loopt niet bij iedereen gelijk. Die individuele afwijkingen bepalen onder andere of je een ochtendmens of avondmens bent.

Ochtendmensen gaan ’s avonds graag vroeg naar bed en worden ‘s ochtends vroeg wakker. Avondmensen daarentegen voelen zich ’s avonds op hun best en hebben dan ook moeite met op tijd naar bed gaan. Deze mensen komen ’s ochtends moeilijk op gang.  Om dat te onderzoeken kan het ook helpen om na te gaan welke bedtijden je kiest als je op vakantie bent of als je geen verplichtingen hebt in de avond of in de ochtend.

Je bewust zijn van je natuurlijke ritme van opstaan en naar bed gaan is belangrijk omdat slaapproblemen kunnen ontstaan door niet te luisteren naar dat natuurlijke ritme. Avondmensen hebben het in onze maatschappij doorgaans moeilijker dan ochtendmensen omdat het maatschappelijk ritme meer gericht is op activiteit gedurende de dag en rust gedurende de nacht.
Je kan wel kleine aanpassingen maken in je natuurlijke ritme. Omdat licht je biologische klok beïnvloedt kunnen avondmensen om ’s ochtends beter op gang te komen even bewust in helder daglicht kijken. Zo stabiliseer je je ritme. Maar een avondmens zal nooit een ochtendmens worden (en omgekeerd ook niet)!

 

Het belang van regelmaat voor goede nachtrust Regelmaat is belangrijk bij het aanpakken van slaapproblemen. Regelmatige bedtijden in combinatie met het opbouwen van de dag door licht en het afbouwen van de dag door ontspanning en weinig licht kunnen helpen om beter te slapen.

Grote wisselingen in je bedtijden, bijvoorbeeld door in het weekend lang uit te slapen, vragen een grote aanpassing van je biologische klok. Als je uit wilt slapen, slaap dan niet langer uit dan 1.5 uur, de duur van een slaapcyclus. Je kunt beter overdag nog even rustig gaan zitten en eventueel een dutje doen dan lang op bed blijven liggen.
Een uitzondering moet gemaakt worden voor uitgesproken avondmensen. Zij bouwen een slaaptekort op gedurende de week omdat ze laat naar bed gaan en toch vroeg op moeten staan. Voor hen kan uitslapen in het weekeinde juist wel helpen. Het zou echter beter zijn om werk te zoeken dat beter bij hun biologische klok past (werk in middag of avond).

 

Snurken Snurken is het ronkende of zagende geluid dat tijdens de slaap uit je keel komt. Dit geluid is soms zó luid dat je er zelf wakker van wordt, maar meestal hebben partners, huisgenoten of de buren er het meeste last van.

Het snurkgeluid ontstaat doordat als je ligt je gehemelte en het achtereind van je tong elkaar bijna raken. Daardoor wordt je luchtweg smaller. Door je ademhaling gaat het weefsel achter in je mond trillen waardoor het snurkende geluid ontstaat. Snurken is een anatomisch probleem. Mensen met een korte brede nek lopen het grootste risico te snurken omdat spieren rond de luchtpijp het lichaamsvet niet voldoende kunnen ondersteunen tijdens de slaap. Verder kunnen slappe tongspieren, veel keelweefsel (grote amandelen) of een verstopte neus snurken veroorzaken.

Snurken is meestal niet gevaarlijk. Je kan er met onderstaande tips zelf proberen wat aan te doen. Als dat niet helpt kan de huisarts verder adviseren.
Wanneer snurken echter voorkomt in combinatie met korte ademstilstanden tijdens de slaap kan er sprake zijn van slaapapneu. Ga dan naar de huisarts voor behandeling.

Tips waarmee je zelf kan proberen snurken te voorkomen.

  • Slaap niet op je rug.
  • Val af als je te zwaar bent. Mensen met overgewicht hebben meer weefsel in de keelholte.
  • Drink weinig of geen alcohol. Alcohol verslapt de spieren van zowel je tong als je keel.
  • Ook sommige medicijnen (onder andere slaap- en kalmeringsmiddelen) veroorzaken die verslapping. Stop niet zomaar maar overleg hierover met je huisarts.
  • Rook minder of niet. Roken verdikt de slijmvliezen in de keel.
  • Vermijd zware maaltijden voor het slapen gaan.
  • Hoe uitgeruster je bent hoe kleiner de kans dat je snurkt. Oververmoeidheid veroorzaakt spierverslapping van de spieren in de keel en van de tong.
  • Zorg dat de lucht in de slaapkamer niet te droog is. Droge lucht veroorzaakt snurken.

Dromen Veel mensen beschouwen dromen als het belangrijkste deel van de slaap. Sinds prehistorische tijden heerst de opvatting dat dromen boodschappen van bovennatuurlijke oorsprong bevatten. Meestal wordt die boodschap in cryptische vorm doorgegeven en moet hij geduid worden. Sigmund Freud omschreef dromen als ‘de koninklijke weg naar kennis over de rol van het onbewuste in het geestelijk leven’. De gedachte dat dromen, zoals Freud zei, ‘brieven aan onszelf’ zijn die belangrijke informatie bevatten over verborgen emoties, geniet bij de leek nog brede steun. Wetenschappers staan doorgaans wat sceptischer tegenover dergelijke opvattingen. Sommigen beschouwen dromen als niet meer dan een bijkomend verschijnsel van het slaapproces, zonder enig doel of betekenis. De meest gangbare theorie is echter dat de hoge hersenactiviteit tijdens dromen een functie heeft bij het opruimen, sorteren, opslaan en wissen van herinneringen. De droomslaap vervult daarmee een rol bij zowel onthouden als vergeten.

 

bron: Slapeloosheid van Ingrid Verbeek

 

 

Paperback | 182 Pagina’s | Uitgeverij Boom
ISBN10: 9085061520 | ISBN13: 9789085061526

Kansspelverslaving

dinsdag, 1 januari 2008

Verslaving is een extreme vorm van afhankelijkheid. In brede zin genomen kun je van tal van zaken afhankelijk zijn. Deze zaken kun je bewust of onbewust nodig hebben om te functioneren.

Extreem omdat het op een gegeven moment je doen en laten zo beheerst, dat het je leven nadelig gaat beïnvloeden, jij zelf of je omgeving er last van krijgt, en je er slecht of schuldig onder voelt.

Drie elementen

  • Er is een behoefte aan bevrediging op korte termijn
  • Er ontstaan gedragsroutines die zich steeds herhalen
  • Het gedrag is schadelijk voor de persoon en/of zijn/haar omgeving

Bij verslaving ziet men:

  • Verlies van controle over het eigen handelen
  • Tolerantietoename ten aanzien van het eigen handelen
  • Onthoudingsverschijnselen

Stadia van Gokverslaving

De winnende fase

In deze fase wordt het gokken gekarakteriseerd als een prettig tijdverdrijf. Gokken betekent plezier, opwinding en vermaak. Er wordt plezier beleefd aan het winnen. En het gevoel van eigenwaarde stijgt. Vooral in het begin wordt er gewonnen, soms zelfs fors gewonnen. Bepalend is echter de beleving die mensen hierbij hebben. Het gaat hierbij niet zozeer om de hoeveelheid winst die mensen behalen, maar om de kickervaring die het winnen geeft. Dit doet spelers geloven in een bepaald systeem dat ze spelen. Verlies wordt nogal eens gezien als een product van externe krachten, zoals: pech gehad, het systeem deugt niet, iemand anders heeft vals gespeeld, of de kast staat verkeerd afgesteld. Het verliezen wordt goedgepraat. De speler wint, verliest, betaalt kleine leningen terug, en leent opnieuw.

De verliezende fase

De speler gaat nu ook gokken met geleend geld. Er wordt geld ontrokken aan de zaak, of er wordt geleend bij de bank. Leningen worden zoveel mogelijk verborgen gehouden voor partner, ouders en familieleden. Wanneer zij hier achter komen ontstaan er problemen over het gokken. De gokker begint zich heimelijk te gedragen en houdt anderen op een afstand. Geestelijk kan hij zich even ontspannen door te gokken. Om verliezen ongedaan te maken en leningen terug te kunnen betalen besteed de speler steeds meer tijd en geld aan gokken. Het werk begint een last te worden en wordt gejaagd en onzorgvuldig gedaan. Juist wanneer het gokken en de verliezen omvangrijker worden wordt de terugkeer of het stoppen met gokken steeds kleiner. Heel vaak worden beloften gedaan, dat de speler dit keer echt zal stoppen. De speler kan zijn baan verliezen als afwezigheid of ziekteverzuim toeneemt of wanneer er fraude ontdekt wordt. Nog steeds gaat hij er vanuit eens de grote winst te behalen.

De wanhopige fase

Gokken wordt nu een fulltime bezigheid. De speler wordt vaak het zwarte schaap van de familie, vanwege het gokken of zijn gedrag. Partners en ouders zijn vol afkeer en wanhopig wanneer dit punt bereikt is. Werken wordt vaak een mislukking, want de gedachten van de speler zijn niet bij het werk. Een eigen zaak gaat vaak failliet. Het optimisme van de speler dat het winnen terug zal komen begint af te nemen. Wanneer spelers dit punt bereikt hebben en illegale risico’s hebben genomen worden ze rusteloos, geïrriteerd, hypernerveus en er treden slaapstoornissen op. Het eetpatroon raakt verstoord en het leven geeft nog weinig plezier. Hier spreekt men van verslaving in de letterlijke zin van het woord. In dit stadium zijn spelers lichamelijk en psychisch uitgeput en voelen ze zich wanhopig en hulpeloos. Lonen gaan direct door naar de schuldeisers, kredietinstellingen en banken eisen hun geld op en sturen dreigbrieven.

Onthoudingsverschijnselen

Na gebruik van middelen zoals alcohol en drugs moet het lichaam ontwennen, eraan wennen dat die toegediende stoffen er niet meer zijn. Bij gokken neem je geen stoffen, maar onthoud je je van een bepaald gedrag (gokken). Ook dit geeft onthoudingsverschijnselen bij het staken van dit gedrag. Dit kan een direct gevolg hebben, dus meteen na het stoppen met spelen en/of op langer termijn plaatsvinden, dus wanneer je voor langere tijd niet meer speelt. Onthoudingsverschijnselen uiten zich zowel lichamelijk als psychisch.

Lichamelijke Klachten:

  • Hoofdpijn
  • Vermoeidheid
  • Trillen
  • Transpireren
  • Slaapstoornissen
  • Geheugenverlies
  • Maag/darmklachten

Psychische Klachten:

  • Onrust
  • Depressieve stemming
  • Gedachten aan zelfdoding
  • Angsten
  • Achterdocht
  • Schuldgevoelens
  • Agressieve gevoelens
  • Minderwaardigheidsgevoelens

De Cirkels van Prof. Van Dijk

Een gokverslaving aan het rollen

Gokverslaving is een proces dat, op meerdere gebieden, zaken uit evenwicht brengt. In het midden is de cirkel van het gokken. Er omheen draaien: een lichamelijke, een farmacologische, een psychische en een sociale cirkel.

De lichamelijke cirkel

Gokken is van invloed op het menselijk lichaam. Al vroeg in het proces van verslaving begin je je lichamelijk minder goed te voelen: hoofdpijn, slecht slapen, vermoeidheid, etc. Gokken lijkt te helpen tegen deze klachten op korte termijn. Hiermee worden ze op iets langere termijn erger. Waardoor je weer meer gaat gokken. Deze cirkel gaat draaien, en daarmee gaat ook de cirkel van het gokken harder draaien. Zou je aandacht aan de klachten geven, dan is het proces nog terug te draaien.

De farmacologische cirkel

Dit is de technische kant van verslaving, met begrippen als tolerantie, drang en controleverlies. Hoe werkt dit?

  • Tolerantie

Het organisme vindt de werking van verslavende middelen niet bevorderlijk voor het voortbestaan van het individu. De werking wordt dan ook zo snel mogelijk geneutraliseerd, om dit te compenseren. En zo wordt het evenwicht hersteld. Dit moet je leren; de eerste keer duurt dat even. Maar al snel kent je lichaam de truc, en de werking van gokken wordt steeds vager en korter gevoeld. Dus ga je langer gokken, of met meer geld/risico, om hetzelfde effect te bereiken. Er treedt tolerantie op.

  • Controleverlies

En een lichaam is een zeer efficiënte leermachine. Zo leert het al snel dat het niet bij een keer gokken blijft, maar dat er altijd meerdere keren van gokken volgen. Dus reageert het lichaam voor alle zekerheid alvast (op voorhand) op de keren die er nog komen. Het gevolg is dat de compensatiewerking dus doorschiet. Dit merk je niet als zodanig, want je voelt niet wat er precies gebeurt. Je lichaam ervaart hierdoor in verhevigde mate alle tegengestelde verschijnselen van het gokken, deze voelen onaangenaam, en het gevolg is een sterke neiging om door te gokken.

  • Drang

Je hóeft niet eens te gokken om het geheel in werking te zetten. Soms hoef je alleen maar in aanraking te komen met iets dat met het gokken te maken heeft. Dit is een gewone Pavlovreaktie. Geluid, een geldbiljet, een bepaalde straat, en je lichaam maakt zich al op om gokken het hoofd te bieden. Precies ja, om weer in evenwicht te komen. Gevolg: heel veel drang. Men noemt dit dan ook anticipatieve compensatoire reacties. Het lichaam blijft rekenen op veel gokken, en je reflexen nemen het over.

De psychische cirkel

Meestal heb je niet door dat klachten juist door gokken worden veroorzaakt. Velen vinden dat ze echt pas zijn gaan gokken toen ze hyper werden, of depressief. Maar hoe meer het gokken, des te depressiever, en hoe depressiever, des te meer gokken. De cirkel draait harder. Verder heeft het alles te maken met zaken als zelfbeeld, ideaal-ik, schuld en schaamte. Het besef niet meer zonder gokken te kunnen is deuk in het gevoel van eigenwaarde. Gokken levert veel schaamte- en schuldgevoelens op: ik ben een slappe zak, het lukt toch nooit, wat maakt het uit, ik ben toch niets waard. Zodra men gokt keert het optimisme terug: misschien kan ik deze keer alle ellende ongedaan maken, en dan doe ik het nooit meer. Hoe vaker je toch gokt, des te meer van dit soort zelf-krenkingen optreden. En zo draait ook deze cirkel, steeds harder de cirkel gokken aanduwend, en de overige cirkels draaien mee.

De sociale cirkel

Deze cirkel is krachtig, want een mens is een sociaal wezen en relaties met anderen zijn van levensbelang. Dit is een belangrijke cirkel, want gokken levert onheroepelijk sociale problemen op. Het is ook de cirkel van de partner, of andere nabije personen. Hiermee is meestal een plotselinge vertrouwenscrisis ontstaan. Ook de partner moet wijzigingen in het gedrag aanbrengen om samen tot een nieuw evenwicht te komen. En leren over de verschijnselen van verslaving, over zaken als terugval en controleverlies, zodat er op een reële manier kan worden omgegaan met deze reële risico’s.

Consequenties

Natuurlijk konden voor de verslaving al een of meerdere cirkels uit evenwicht zijn geweest, en een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de verslaving. Maar bij het in stand houden van de verslaving hebben altijd nog heel andere zaken meegedaan, omdat zodra dat de cirkels gingen draaien er allerlei dingen uit evenwicht zijn geraakt die een eigen rol zijn gaan spelen.

bron en meer informatie: gokhulpverlening.nl

Bloeddruk

dinsdag, 1 januari 2008

De bloeddruk is de vloeistofdruk in het slagadersysteem. De bloeddruk wordt weergegeven door middel van twee kengetallen, de systolische druk of bovendruk en de diastolische druk of onderdruk, gescheiden door een schuine streep, b.v. 130/85 mm Hg. De getallen geven de druk aan in millimeters kwikdruk, d.w.z. de druk uitgeoefend door een kolom kwik van 130 mm hoogte in het voorgaande voorbeeld. Een meer wetenschappelijke eenheid om bloeddruk in uit te drukken zou de kilopascal zijn maar die wordt om historische redenen tot nu toe nauwelijks gebruikt.

Hoge bloeddruk of hypertensie is een vooral in westerse landen algemeen voorkomende aandoening.

Bloeddrukwaarde 

  • Rond de 120/80: optimale bloeddruk (voor volwassenen)
  • Minder dan 140/90: normale bloeddruk
  • Meer dan 160/95: hypertensie/ hoge bloeddruk

De grenswaarden stijgen met toename van de leeftijd, voornamelijk de bovendruk.

Hoe meten we bloeddruk?
Dit gebeurt met een bloeddrukmeter, die bestaat uit een band met van binnen een opblaasbare ballon die verbonden is met een manometer (vroeger een die gebruik maakte van een kolom kwik, dit mag uit milieutechnische overwegingen niet meer). De ballon wordt om de bovenarm gevouwen en opgeblazen met een pompje of knijpballonnetje met ventiel tot de druk zo hoog is dat er geen bloed meer door de bovenarmslagader loopt (polsslag niet meer voelbaar). Nu laat men de druk in de ballon langzaam zakken door een ventieltje iets te openen. Op een gegeven moment is de systolische bloeddruk hoger dan de druk in de ballon, zodat de slagader in de arm bij iedere hartslag even iets bloed doorlaat. Dit is te constateren doordat via een boven de slagader geplaatste stethoscoop geluiden worden gehoord iedere keer dat de slagader weer dichtklapt, de Korotkoff-tonen, genoemd naar de ontdekker ervan. De op dit punt afgelezen waarde van de manometer wordt genoteerd en is de bovendruk. Laat men de druk verder zakken, dan verdwijnen de tonen weer op het moment dat de slagader gedurende de hele cyclus openblijft. Nu leest men de onderdruk af. Deze meetmethode is ontdekt door de Italiaanse onderzoeker Riva-Rocci en de bloeddruk wordt daarom nog steeds afgekort met de letters ‘RR’.

De bloeddruk is een in hoge mate dynamische grootheid en verandert in de loop van enige minuten tot zelfs seconden. Stress kan de bloeddruk door het vrijmaken van het hormoon adrenaline binnen een halve minuut met tientallen mm Hg verhogen, evenals inspanning. Bij zware inspanning zijn hogere bloeddrukken normaal die bij gezonde mensen in rust als sterk verhoogd zouden worden beschouwd. Soms is de meting voor de patiënt - meestal onbewust! - al zo stressvol dat bij iedere meting een druk wordt gevonden die 20 of 30 mm boven de werkelijke rustwaarde van die patiënt ligt (wittejasseneffect). De enige oplossing hiervoor is de ambulante 24-uurs-meting, waarbij de patiënt gedurende een etmaal een automatische bloeddrukmeter draagt die zich bijvoorbeeld ieder kwartier zonder tussenkomst van een waarnemer automatisch opblaast en de bloeddruk meet, die vervolgens in een computergeheugen wordt bewaard en de volgende dag uitgelezen. Er kan dan ook naar de nachtelijke bloeddrukdaling worden gekeken. Bij een gezonde bloeddrukregulatie, daalt de bloeddruk ’s nachts met 10 tot 20 % van de gemiddelde dagwaarde. Als de gemiddelde nachtwaarde maar 0 tot 10 % lager ligt, spreekt men van een ‘non-dipping’ (dus ‘niet dalend’) bloeddrukprofiel. Mensen met een non-dipping profiel hebben een aanzienlijk grotere kans op hart en vaatziekten.

Om deze reden zal men over het algemeen niet op grond van een enkele te hoge waarde met behandeling van hoge bloeddruk willen beginnen maar pas als die waarde bv. 3 maal met een tussenpoos van enige dagen of weken is gemeten.

betekent dat het hart meer arbeid moet verrichten om het bloed, tegen een hogere weerstand in, door het lichaam te pompen. Hierdoor wordt de spierwand van de linker kamer op den duur dikker en minder flexibel. Ook de wanden van de slagaders worden dikker om beter tegen de druk bestand te zijn; er ontstaat eerder atherosclerose.
Mensen met een verhoogde bloeddruk hebben ten opzichte van gezonden een duidelijk verhoogde kans op een hartinfarct of een beroerte. Bij behandeling daalt het risico op een beroerte tot normale waarden en de kans op een hartinfarct vermindert wel aanzienlijk maar de waarden van gezonden worden niet helemaal meer bereikt. Hypertensie is een stille aandoening: mensen met hoge bloeddruk merken hier meestal niets van. Het komt wel eens voor dat er hoofdpijn optreedt, maar de meeste hoofdpijn komt niet van hypertensie en de meeste mensen met hypertensie hebben geen hoofdpijn.

De oorzaken van een hoge bloeddruk
In verreweg de meeste gevallen is de oorzaak van hoge bloeddruk niet bekend; we spreken dan van idiopathische of essentiële hypertensie. In zeldzame gevallen zijn b.v. hormoonverstoringen (Syndroom van Conn), medicamenten of vernauwingen in de nierslagader een oorzaak. Bij natuurvolkeren met een zoutarm dieet is hypertensie zeldzaam. Zoutloos eten als men eenmaal hypertensie heeft, is wel mogelijk en doet de hoge bloeddruk wel iets dalen maar meestal niet verdwijnen. Het eten van veel drop veroorzaakt hoge bloeddruk, niet direct door aanwezig zout, maar door een ander bestanddeel van de drop: glycyrrhizinezuur.

Wanneer is mijn bloeddruk te hoog?
Deze grens wordt arbitrair vastgesteld en is afhankelijk van wanneer men het gestegen risico abnormaal gaat noemen. De bloeddruk is continu verdeeld onder de bevolking en heeft de neiging met het vorderen van de leeftijd langzaam te stijgen, een stijging die bij natuurvolkeren (Papoea’s) die een niet-westers dieet gebruiken overigens niet optreedt. Een hogere bloeddruk geeft een wat hoger risico, maar er is geen duidelijke drempel waarboven het risico opeens sterk stijgt. Over het algemeen wordt bij volwassenen een bloeddruk boven 140/90 mm Hg als hypertensie bestempeld en afhankelijk van andere risicofactoren als rookgedrag, cholesterolwaarde, suikerziekte en leeftijd wordt een behandeling gestart. Overigens spreekt men pas over hypertensie als bij drie opeenvolgende metingen een waarde van meer dan 160/95 wordt gevonden.

Symtomen
Meestal geen. Bij extreme bloeddrukken komt wel eens hoofdpijn voor en algemeen onwelzijn. Veel mensen denken bij hoofdpijn aan hoge bloeddruk maar dit is eerder een zeldzaam verschijnsel. Een gespannen gevoel is eerder een oorzaak dan een gevolg van hoge bloeddruk: adrenaline-effect. Vrouwen met hoge bloeddruk hebben door die bloeddruk ook geen zwaardere menstruaties, wat nog wel eens wordt gedacht.

Er zijn aanwijzingen dat een verkeerde positionering van de wervels, met name de atlas tot hoge bloeddruk aanleiding kan geven. Een dubbelblind onderzoek gaf aan dat bij een enkele manuele aanpassing een significante verlaging van de bloeddruk optrad. lage bloeddruk refereert aan een abnormaal lage bloeddruk. Lage bloeddruk kan beter als fysiologische toestand dan als aandoening begrepen worden. Als de bloeddruk te ver daalt (onderdruk onder 50 mmHg) is er sprake van hypotensie. Informeel wordt ‘lage bloeddruk’ wel gezien als een aandoening waarbij de verlaagde bloeddruk een risico op flauwvallen veroorzaakt.

Zowel een te lage als de veel vaker voorkomende hoge bloeddruk kan tot gezondheidsproblemen leiden. De diagnose lage bloeddruk is een sterk cultureel bepaald gegeven: in Duitsland worden zeer veel geneesmiddelen voorgeschreven voor lage bloeddruk (Kreislaufschwäche), terwijl dit probleem in Engelstalige landen amper lijkt voor te komen.

Ontstaan van lage bloeddruk

Lage bloeddruk is meestal het gevolg van een afname van de hoeveelheid vocht in het lichaam, een verminderde hartwerking of een obstructie (verstopping) van de bloedstroom in de slagaders. Daarnaast kan lage bloeddruk ontstaan als er minder bloed dan normaal naar het hart terugstroomt doordat het bloed zich ophoopt in uitgezette aders.

Oorzaken van lage bloeddruk

De meest voorkomende oorzaken van lage bloeddruk zijn uitdroging, een heftige allergische reactie, bloedverlies, een hartinfarct of hartritmestoornis, letsel, alcohol en bepaalde medicijnen, zoals antihypertensiva, die worden voorgeschreven tegen hoge bloeddruk. Lage bloeddruk kan ook voorkomen zonder dat er een reden voor gevonden kan worden. Men spreekt dan van idiopathische lage bloeddruk. Sommige mensen reageren op bepaalde emoties met een lage bloeddruk en trage hartslag, dit wordt vasovagale collaps (flauwvallen) genoemd.

Diagnose van lage bloeddruk

Lage bloeddruk kan worden vastgesteld met behulp van een bloeddrukmeter. Van te lage bloeddruk is pas sprake als de patiënt er klachten van heeft, sommige mensen (vooral jonge vrouwen) hebben van nature een erg lage bloeddruk, zonder klachten.

Verschijnselen van lage bloeddruk

In veel gevallen geeft lage bloeddruk geen klachten. Soms kan een gevoel van duizeligheid of lichtheid in het hoofd ontstaan, bijvoorbeeld bij opstaan. Een ernstig verlaagde bloeddruk kan wijzen op het bestaan van shock.

Behandeling van lage bloeddruk

Bij duizeligheid en flauwvallen moet ervoor worden gezorgd dat er weer voldoende bloed naar de hersenen stroomt. De patiënt moet gaan (of blijven) liggen met de benen omhoog zodat bloed naar de hersenen stroomt. Gewoonlijk verdwijnt de duizeligheid dan snel, zonder dat verdere behandeling nodig is. Als de lage bloeddruk gevolg is van shock, is er sprake van een medische noodsituatie en is meestal spoedopname voor behandeling in een ziekenhuis nodig.

bron: wikipedia