Bloedarmoede of Ijzertekort
->
IJzer is in verschillende vormen actief in het lichaam. In de rode bloedcellen zit ijzer verpakt in de vorm van hemoglobine, in de spiercellen als myoglobine, en in enzymen en bij andere stofwisselingsprocessen in de vorm van heemproteïnen en transferrine. Daarnaast houdt het lichaam circa dertig procent van het ijzer in voorraad. Dit ijzer is bekend als ferritine. Voor een volwassene gaat het om een voorraad van ongeveer drie gram in de lever, de milt en het beenmerg. In tijden van nood – wanneer de voeding te weinig ijzer levert – wordt de voorraad aangeboord. Zit er langdurig veel te weinig ijzer in de voeding, dan kan de voorraad uitgeput raken. Er ontstaat dan een ijzertekort, ook bekend als bloedarmoede (anemie).
Gevolgen
Een tekort is met name schadelijk voor kinderen. Zij hebben voldoende ijzer nodig om hun denkvermogen en spiercoördinatie te ontwikkelen. Deze effecten van een ijzertekort treden al op voordat er sprake is van bloedarmoede, en wordt daarom niet altijd tijdig herkend.
Bij vrouwen die net zwanger zijn, kan een ijzertekort leiden tot een kortere zwangerschapsduur.
IJzer speelt ook een belangrijke rol bij de vroege hersenontwikkeling van (jonge) kinderen en ijzergebrek (anemie) gedurende de zwangerschap. In de eerste levensjaren kan ijzergebrek aanleiding zijn voor een gestoorde cognitieve ontwikkeling, zoals van de geheugenfunctie en het leergedrag.
Symptomen
Symptomen die wijzen op een ijzertekort zijn vermoeidheid, een bleke huid, een verminderd uithoudings- en prestatievermogen, het snel koud hebben en zogenaamde rusteloze benen.
Bij een beginnend ijzertekort zijn er doorgaans geen symptomen. Symptomen ontstaan vaak pas als er gedurende langere tijd minder ijzer actief is in het lichaam en de voorraad in de milt en de lever is geslonken. De ernstigste vorm van ijzertekort, bekend als ijzergebreksanemie, doet zich voor wanneer ook het beenmerg nog maar weinig ijzer bevat.
Diagnose
Om vast te kunnen stellen of er sprake is van bloedarmoede, is bloedonderzoek noodzakelijk. Daarbij wordt meestal gekeken naar de concentratie van hemoglobine en ferritine in het bloed. Toch is dat niet voldoende. Of er werkelijk sprake is van een ijzertekort, wordt vastgesteld door de zogenaamde transferrine-receptor in het bloed te bepalen. Daaraan is te zien in hoeverre het lichaam om ijzer ‘vraagt’.
Een laag hemoglobinegehalte
Een laag hemoglobinegehalte alleen hoeft niet te betekenen dat het lichaam over te weinig ijzer beschikt. Zo heeft de weerstand van het lichaam tegen ziekten en aandoeningen grote invloed op het hemoglobinegehalte. Bij een infectie of ontsteking zet het lichaam het beschikbare ijzer in het bloed zoveel mogelijk op non-actief en slaat het op. Daardoor kunnen bacteriën, virussen of kwaadaardige cellen zich niet meer vermenigvuldigen, want daar hebben ze ijzer voor nodig.
Ook in geval van een ontsteking in de dunne darm, zoals bij coeliakie of de ziekte van Crohn, is het mogelijk dat het hemoglobinegehalte van het bloed laag is. Het lichaam neemt het ijzer in eten dan niet goed op.
Bij bepaalde aandoeningen doet extra ijzer meer kwaad dan goed. Daarom is het belangrijk alleen ijzerpreparaten te slikken na overleg met de arts.
Mogelijke waarden bij bloedonderzoek
| Bepaling | Normale range1 |
| Hemoglobine | mannen: > 8,5 mmol/L |
| vrouwen: > 7,5 mmol/L | |
| zwangeren: > 6,8 mmol/L (tot week 18, daarna > 6,5 mmol/L) | |
| anemie: vrouwen/kinderen: <6 mmol/L; mannen: <6,5 mmol/L | |
| Ferritine | 15-300 μg/L serum |
1) bron: NHG standaard anemie; Diagnostisch Handboek SAN (2002)
bron: voedingscentrum
Print dit artikel
Email dit artikel

Toevoegen aan Favorieten
